Lesereise – week 2

Ik zat in de bus van Emmerich naar Kleve. De lezingen in Düsseldorf en Wesel had ik al achter de rug. In de bus zaten ook een stuk of negen schoolkinderen, die vrolijk kakelden. Ik zat een beetje om me heen te kijken, gewoon zoals je doet in een bus of trein. Middenin zat ik, op de eerste bank na het lege stuk waar moeders met kinderwagens kunnen staan, of oude mensen met rollators. Er zit daar zo’n ijzeren stang, waar je – mocht je daar zin in hebben – met je onderarmen op kunt leunen, of als je erg lenig bent zelfs je hielen tegenaan kunt zetten. Zien jullie het voor je? Naast me stond mijn lezingentas. En toen ging de buschauffeuse vol op de rem staan. Vol. Ik weet niet hoe ik het in die fractie van een seconde voor elkaar kreeg, maar ik gleed onderuit, met de benen eerst, ónder die stang door en wist me er nog aan vast te grijpen, waardoor ik even, heel even, horizontaal in de bus hing, terwijl mijn lezingentas door de bus heen vloog. Als ik dat niet voor elkaar had gekregen was ik met mijn buik – diezelfde buik met nog steeds een enorme snee erin – dubbelgeklapt tegen die stang.

Er was een meisje overgestoken, plotseling, op haar fiets. De buschauffeuse schold het kind helemaal verrot, het arme schaap begon keihard te huilen, maar dat vermurwde de chauffeuse niet. Ook vroeg de chauffeuse wel drie keer of er niemand verletzt was. Nein, zeiden de schoolkinderen en ik, terwijl ik over mijn pijnlijke armen wreef. Ik zat inmiddels weer óp mijn bank.

’s Avonds, toen we na de lezing zaten te eten, moest ik er weer aan denken. Dit moet ik vertellen, dacht ik, dit is best een spannend verhaal. Dus ik begin en ik zie ineens Epke Zonderland voor me, maar nog net op tijd besefte ik dat de Duitsers aan wie ik het verhaal vertelde mogelijk helemaal niet wisten wie Epke Zonderland was, maar gelukkig schoot me daarna nog nét op tijd de naam Fabian Hambüchen te binnen, zodat ik het verhaal smakelijk kon afsluiten met de mededeling dat ik dus als een soort Fabian Hambüchen aan de rekstok, dwars in die bus gebungeld had. Want ja: Epke donderde een paar weken geleden van die rekstok af en Fabian Hambüchen won goud. ‘Hahahaha,’ deden mijn Duitse disgenoten.

(Op de afbeelding Hambüchen aan zijn sterkste turnonderdeel, de ringen.)

6 thoughts on “Lesereise – week 2”

  1. De buschauffeuse en het kind zijn natuurlijk allebei vreselijk geschrokken. Ze hadden elkaar misschien beter even vast kunnen pakken en troosten. Maar voor jou zal het ook geen lolletje geweest zijn. Er horen dus in bussen ook gordels te zitten.

    Like

    1. @jannietr: Hoe had je dat gedacht, gordels in het openbaar vervoer? Moet de buschauffeur c.q. trambestuurder of conducteur (allen v/m) er dan op toezien dat iedereen daadwerkelijk die gordels omdoet voordat bus of tram (of trein) gaat rijden? Dat zal een hoop oponthoud opleveren. En hoe moet het met degenen die geen zitplaats hebben?

      Like

      1. Nee, natuurlijk niet, maar dan kun je er wel zelf voor kiezen, als je veilig vervoerd wil worden.

        Like

  2. dbddhkpukku oftwel dof bleibt dof da helfen keine pfillen und keine kalte umschläge, zoals men in Duitsland zegt…gelukkig is je snee intact gebleven zoals ik begrijp en heb je weer een itempje voor een stukje. het leven van de schrijver gaat niet over rozen, maar is wel ‘überraschen’….

    Like

  3. @ jannietr: Volgens mij reis jij weinig met openbaar vervoer. Bussen en trams zijn geen touringcars waar je op je gemak in kunt gaan zitten, de veiligheidsriemen aan kunt gorden, en met zijn allen naar dezelfde bestemming wordt gebracht. Ter illustratie: iedere week reis ik vanuit Amsterdam naar een nabijgelegen plaats. Daartoe moet ik eerst met een tram. Die stopt vlak voor een druk kruispunt. Oké, inchecken en een zitplaats zoeken, als dat er is, terwijl de tram dan al optrekt. Zonder zitplaats dus geen gordels. Stel dat er wél gordels bij de zitplaatsen zouden zijn, dan is het zaak als je die wilt gebruiken om vlakbij een uitgang te gaan zitten, want anders moet je toch echt ruim van tevoren ontgordelen en naar de uitgang zien te komen. Mijn reis gaat vervolgens verder met het streekvervoer. Doorgaans heb ik op de heenweg wel een zitplaats, maar ook daar moet je op tijd opstaan om uit te kunnen stappen op de door jou gekozen halte. Dat houdt in mijn geval in dat de bus vlak daarvoor een rotonde over moet, en dat gaat uiteraard zo snel mogelijk. Dit dus terwijl ik mij naar de uitgang begeef, mij uiteraard goed vasthoudend.
    Wat ik wil zeggen: het zou mooi zijn als overal en altijd iedereens veiligheid gewaarborgd is, maar dat is nu eenmaal niet altijd haalbaar.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s