Lesereise/Leesreis – week 6

Ik stap straks in de trein. Voor de twee allerlaatste lezingen in Duitsland. Daarna zijn de zes weken bijna onafgebroken unterwegs voorbij. En dan komt over vijf dagen Joop. Ik neem vanmiddag de toeristische route: ik ga eerst naar Enschede en van Enschede naar Münster. Dat is één van de mooiste treinritten die ik ken, en ik neem hem terwijl de schemering in zal vallen. Ik heb al uitgezocht waar de Fressnapf zit, en die is in Münster veel te ver weg van het hotel. Daarna zocht ik de Fressnapf in Bielefeld op. Dat is te doen. Ik ben namelijk mijn hondenfluitje kwijt, ik heb me rotgezocht. Joop is gevoelig voor een hondenfluitje, vandaar. Mooie naam overigens, Fressnapf, voor een dierenwinkelketen.

Ik begrijp zelf niet zo goed hoe ik het voor elkaar heb gekregen de afgelopen anderhalve maand. Normaal gesproken zou er toch wel iets gesneuveld zijn: veters, ritsen van jassen, bossen bloemen, zo her en der een glas. Niets van dat al. Alles is heel gebleven, grote woede is uitgebleven. Bijzonder plezierig was het reizen in het artiestenbusje van Waumans & Victoria Groot Internationaal Literair Variétéspektakel, dan merk je maar weer eens hoe alleen en eenzaam de terugreis van een lezing normaal gesproken is, hoewel ik in de afgelopen zes weken voornamelijk in hotels doorbracht en er van een terugreis eigenlijk geen sprake was. Bovendien kwam ik met dat busje weer eens in Antwerpen, dat is een stad in België waar alle jongens en mannen knap zijn. Dat is ook wel eens fijn, een stad waar alle jongens en mannen knap zijn en het allerknapst was de Egyptische barkeeper van café Korsakov, maar die weigerde tot vier keer toe een tosti voor me te maken, dat was dan weer jammer.

En steeds is er het besef dat ik momenteel weer ‘mezelf’ ben; dat mijn doen en laten, mijn geestelijke toestand, niet geregeerd of gereguleerd wordt door een medicijn. Hoewel er mensen zijn – niet onterecht – die zeggen dat ik juist mét pillen mezelf ben, net zoals een suikerpatiënt met insuline zichzelf en ‘beter’ is. Daarmee komt ook een zekere onrust terug, het soort onrust dat me zo scherp deed zien dat alle jongens en mannen in Antwerpen zo knap zijn.

En dan straks Joop. Ik zie ons al in mijn Eifelhuis zitten, tegenover elkaar. We kijken elkaar aan, een beetje onwennig. Allebei denken we: wie is die rare kwiebus? Moet ik met hem nou de rest van mijn leven doorbrengen? Ik vermoed dat ik daar iets meer last van zal hebben dan hij, maar toch. Ik weet nu al dat ik hem de eerste weken scherp in de gaten zal houden, en ik moet proberen dat een beetje losjes te doen, ik moet proberen hem nergens toe te dwingen, hij moet zijn eigen plek vinden, ik moet hem soms gewoon in de keuken achterlaten als ik naar boven of naar buiten ga en dan maar zien of hij achter me aankomt of niet. Ik moet hem aan mij laten wennen, dat is beter dan andersom.

1 thought on “Lesereise/Leesreis – week 6”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s