Jam onder de tafel

Toen de journaliste van de Trierischer Volksfreund me een vraag stelde, wreef ik met mijn wijsvinger langs de onderkant van de keukentafel. Er zat iets kleverigs. Ik veegde onopvallend mijn wijsvinger af, probeerde de nogal agressieve journaliste een antwoord te geven en vroeg me af wat het in godsnaam kon zijn. Later keek ik, het leek een dot jam te zijn. Wie heeft er nou jam onder mijn tafel zitten smeren? De fotograaf van dienst kwam uit de Hunsrück, kende het hier allemaal niet zo. Hij knipte er energiek op los en tijdens het interview gaf hij regelmatig antwoord op een vraag die aan mij was gesteld. De agressie van de journaliste zat ‘m erin dat ze eigenlijk alleen maar wilde weten wat de mensen die ik opvoer in Jasper und sein Knecht daar nou van vonden. Waren ze niet boos? De onderliggende aanname, ik voelde hem aan, was dat ze zich afvroeg waarom ik zo’n boek geschreven en vervolgens ook nog uitgegeven had. Was het niet toch een roman? Niks hoor, zei ik, het is een dagboek. Ik ben er de afgelopen tijd achter gekomen dat zulke dagboeken niet vanzelfsprekend zijn hier in Duitsland. Er werd me overal gevraagd naar het waaróm ervan. Tijdens lezingen heerste verwarring en werd ik gedwongen het dagboek als literair genre te verdedigen, iets waar ik in Nederland, vooral omdat het een Privédomein-deel is, helemaal geen last van heb. We liepen zelfs de brug over naar Christa, want ze wilde toch wel eens horen van een ‘personage’ wat zij ervan vond. Christa gaf geen krimp, dat deed ze mooi, en hoe de journaliste ook bleef vissen naar iets negatiefs, Christa pareerde het kloekweg door haar pasgebakken mini-makronen te presenteren. Ze waren nog warm en ongehoord lekker. Toen de journaliste vertrok, vroeg ik of ik de tekst voor publicatie nog te zien zou krijgen. Nee. Nee? vroeg ik. Nee, alleen de letterlijke citaten. Eventueel. Aha. Ik houd m’n hart vast, veel meer voor dit interview dan voor dat hele boek. Alle buren lezen de Trierischer Volksfreund, die een oplage heeft van zo’n 80.000 exemplaren.

Nog een mededeling van modieuze aard. Het viel me de laatste tijd weer op: mannen die prachtige pakken dragen en daar dan zachte schoenen onder hebben. Dus niet mooie, lederen schoenen met tikkende zolen, maar van die, nou ja, rubberen dingen, onmodellig, zwart. Geen gezicht. Echt vreselijk. Trek dan ook maar geen pak aan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s