Insgelijks!

Regen in plaats van sneeuw. Gisteravond werd het wit, terwijl het al dagenlang wit was van de rijp, maar in de loop van de nacht is de temperatuur gestegen. Takkeweer. Koud, nat, grijs. In mijzelf is het ook koud en grijs. Nat niet, voor zover ik na kan gaan. Ik heb al twee maanden abonnement betaald aan Canal Digitaal, maar nog steeds zie ik geen 1, 2 of 3, of RTL of SBS. Er zijn twee jongens geweest uit Waxweiler om iets te doen aan de schotel, maar dat is mislukt en nu komen ze niet meer en als ik opbel, krijg ik geen antwoord. Eén ding dat ik wel geleerd heb hier: als je niet opbelt, gebeurt er domweg niks meer, laten ze je zitten. De mensen die een grote bek opzetten worden dus geholpen, zij die rustig afwachten laten ze zitten. Is dat Duits? Ik dacht toch altijd van niet. Misschien is het typisch Eifelisch. Het is zelfs zo dat ik in de stemming ben om hier weg te lopen en nooit meer terug te komen. Zoals ik vroeger fietsen in de sloot kon smijten. Mijn eigen fiets, welteverstaan, en dan grimmig verder lopen, weglopen. Zo! denken. Waarmee je natuurlijk alleen jezelf te pakken hebt. Ik pas op een hondje dat ik niet velen kan, omdat ik op de plek waar hij ligt nog steeds een veel grotere hond zie liggen. Ik heb even helemaal geen zin in 2017, rot op met je 2017. Maar dan komt buurman Klaus en die zegt dat we vanmiddag naar Baustoffenzentrum Henrich in Gerolstein rijden om tegels te bestellen. Nou ja, vooruit dan maar. Kan mij het schelen, bestellen kan altijd. En dan weglopen als ze geleverd worden. Zoek het maar uit met dat huis. Niet mijn probleem.

Met het wegvallen van de Citalopram is er van alles veranderd. Eén belangrijk ding is dit: ineens kijk ik weer vooruit, kan ik denken ‘wat moet ik nu doen?’ Nu, maar bijvoorbeeld ook over een paar maanden, of vier jaar. Het min of meer tevreden dag bij dag leven is omgeslagen in oude onrust, een beetje woede zo nu en dan, niet bij mensen langsgaan omdat die – net als buurvrouw Weiers ooit, waarna ik domweg NOOIT meer bij haar langsging – zijn begonnen ‘Zo, zien we jou ook weer eens’ of ‘Waarom was je er gisteren niet?’ te zeggen. Ook dat kan ik niet velen. Omdat ik er geen goed antwoord op heb en niet keihard ‘Ik ben aan niemand iets verplicht’ wil zeggen. Omdat ik even in mezelf aan het kruipen ben en daar kan ik geen onderbrekingen bij gebruiken, dat moet ik alleen en ongestoord doen. Daar past ook het oppashondje niet in (het gevoel dat ik heb als ik ’s avonds in het donker het beest nog uit moet laten!), of een telefoontje dat ik plegen moet. Of mensen gelukkig nieuwjaar wensen. Collega Hans Vervoort deelde een anekdote op Facebook, dat hij om dat laatste voor te zijn overal waar hij binnenkwam onmiddellijk ‘Insgelijks!’ riep. Dat snoerde iedereen de mond. Meesterlijk, zou Han Voskuil zeggen.

Verder gaat het goed. Het is hier warm, de kachels staan roodgloeiend en ik eet goed en drink niet te veel, gisteravond dronk ik zelfs een kop gemberthee in plaats van een glas Doppelkorn. Wat er ook gebeurt, je moet altijd goed voor jezelf zorgen. Vanaf zondag een paar weken Nederland. Met afspraken, een lezing in Leeuwarden, een filmpremière, een paar boekpresentaties. Ik geloof dat dat wel goed is.

 

11 thoughts on “Insgelijks!”

  1. Een cultuurdingetje
    En echt, Gerbrand, die idiote opmerkingen in de trend van “Zo, zien we jou ook weer eens”, dat is nu landelijk Duits, was bij ons ook zo, en pas nadat ik weg was werd ik er ongeveer even kwaad over als jij nu, als je dagelijks badwater landelijk-Duits is dan merk je er niets van, je buren wéten dit dus niet. Het is een soort smalltalk, een beginnetje, iets zoals het weer of het Engelse “How are you”, dat toch ook geen echt antwoord behoeft. Een geliefde variant is trouwens “So, lebst du auch noch?”, zó erg! Maar volstrekt zonder betekenis, volgens mij.

    Like

    1. Kan zijn, hoor. Maar ja: mij stoort het, of beter: ik heb er last van, ik wil me niet schuldig voelen omdat ik niet geweest ben. En wie moet dan wijken? Moet ik denken: ach, het hoort er bij (maar: itt how are you moet deze vraag toch echt beantwoord worden voor je verder kunt), of ga ik inderdaad domweg niet meer, of zeg ik er eens iets van? raar maar waar, ik krijg er echt een rotgevoel van en gooi mijn kont tegen de krib en hoe langer je niet gaat, des te moeilijker het is wél weer eens te gaan, want ja: meteen wéér die rotvraag.

      Like

  2. Hej Gerb!

    Mooi stukje weer, hierboven. Inderdaad dat gezweem met het oude en nieuwe jaar. Wat mij door dat grijze muizenweer helpt is het ijs. De baan. Als je zin hebt, ga een keer mee!

    Zo niet dan een borrel in A’dam of noordelijker. Of boerenkool. Maar dan toch eerst schaatsen …

    Niets verplicht, niets dan adel.

    Veel groeten,
    JK

    PS Prachtige documentaire laatst per ongeluk: ‘Back to Fogo Island’ over architect Todd Saunders. Ik zocht naar Todd Hido, fotograaf. Vond ik later ook, maar dan in boeken.

    Like

  3. Es ist tatsächlich eine Art “Redensart”, aber die Deutschen haben es, glaube ich, gerne, wenn man sich schuldig fühlt. (catholic guilt, I sometimes wonder?!) Ich kenne ganz viele von solchen Sätzen, bin mit damit groß geworden.
    Es ist aber eher eine rhetorische Frage, also braucht man nichts darauf zu antworten. Einfach eine Grimasse ziehen und darüber hinweggehen. (Ich hoffe, es ist okay, auf deutsch zu schreiben, ich kann niederländisch leider nicht schreiben – nur lesen und verstehen).

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s