Minus Fünfzehn

Afgelopen nacht heb ik verzonnen dat ik mijn bed ga verplaatsen. Mijn bed in de Eifel. Nooit eerder aan gedacht, het staat al vier jaar op dezelfde plek. Ik heb daar zin in, want met het verplaatsen van het bed komt ruimte vrij die ik voor andere doeleinden kan benutten. Er komt natuurlijk geen ruimte vrij, de ruimte wordt anders van vorm, dat is wat ik bedoel. Maar snel ga ik dat niet doen, want zoals ik tegen nogal wat mensen gezegd heb de afgelopen dagen: van de Eifel heb ik de Nase voll. In het Nederlands heb je ergens je buik van vol, in het Duits je neus. Aankomende nacht vijftien graden vorst (-15) daar. Geen zin in. Twintig centimeter sneeuw. Geen zin in. Ik heb zin in sneeuwklokjes en winterakonieten, en een zon die al warm voelt ‘hoewel het nog vroeg in het jaar is’.

Ik geloof dat ik de afgelopen jaren iets té hardnekkig daar heb gewoond, en het is alsof ik nu pas begrijp dat ik er niet hoef te zijn. De – tijdelijke – volle neus heeft ook te maken met hondengedoe natuurlijk, en misschien nog wel het een of ander. Ander punt is ook dat ik al drie jaar een column in de krant heb over dát leven, en dan is het wel handig dat je er bent. Ik kan veel uit mijn duim zuigen, maar niet alles. Misschien eens een afspraakje maken met de redactie van Tijd, en dan een gesprek hebben over een iets andere invulling van die column. Over een tijdje moet ik er wél zijn, want dan moeten alle oude tegels in de keuken en de hal eruit en de oude keuken zelf ook. Maar zelfs dan zou ik na die sloopwerkzaamheden weer terug kunnen keren naar Amsterdam. Wanneer dat over een tijdje is, weet ik nog niet, Thiex heeft nog geen leverdatum van de nieuwe keuken aangegeven. Buurman Klaus meldde via whatsapp zojuist dat hij de kachels in de schrijfkamer en de keuken heeft aangemaakt en dat morgen nog eens gaat doen, en dat was nog vóór ik hem vroeg of de waterleiding al kapotgevroren was. Aan vorst in de Eifel heb je helemaal niks, nergens kun je schaatsen. Het is iets negatiefs, niet iets positiefs. Aan buren daarentegen heb je in de Eifel erg veel.

 

10 thoughts on “Minus Fünfzehn”

  1. Ein Vorteil der Eifel: Viel weniger Wind als in den Niederlanden. Und es wird weniger Schnee. Eifel-Nachbar D. erzählte am Wochenende, wie sie früher mit Ochsen und dicken Brettern zwei Meter hohen Schnee vor den Häusern wegräumen mussten. Schnee von Anfang November bis Ende März, früher.

    Like

    1. Das stimmt, und ist wunderbar da: kein, oder wenig, Wind! Das erste Jahr (ab Dezember 2012) hat der Winter auch noch bis April gedauert. Und eigentlich ist diesen Winter auch hart, es friert schon seit Wochen.

      Like

  2. Nou Gerbrand, ik hoop wel dat je je column in TIJD blijft schrijven! Ik lees hem altijd met veel plezier. Vorige maand las ik Jasper en zijn knecht. Soms heel herkenbaar, vaak moest ik ontzettend hard lachen, bij vlagen (Jasper) was het ontroerend. Eigenlijk een aangeklede column.

    Like

    1. @ Stien: Ik ben het helemaal met je eens, die column moet blijven! Voor mij was het een hernieuwde kennismaking met het werk van Gerbrand toen mijn buurman besloot om de bijlagen van Trouw op mijn deurmat te deponeren, net zoals ik dingen op zijn deurmat leg die mogelijk interessant voor hem zijn. Overigens wilde ik die column in de eerste gedeponeerde bijlage niet lezen: ging over de dood van Jasper, en mijn Romke (katerman) was in dezelfde tijd overleden. Toch wel gelezen natuurlijk, en daar geen spijt van gehad. Jasper en zijn knecht heb ik met rust en grote aandacht gelezen. Inderdaad ook hard gelachen af en toe, een hoop herkenning, en ook heftig moeten slikken wegens grote ontroering, overigens niet alleen om Jasper. Wat een boek!

      Like

  3. +++ interviewbespreking ***

    Gisteren zag ik mijnheer Gerbrandt Bakker voor het eerst. Ik kende hem niet, en hoorde zijn naam niet eerder dan toen mijn vrouw voorstelde naar een interview met hem te gaan.
    Van de gastheer Asing Walthaus had ik óók nog nooit gehoord! Die zei “ik denk dat iedereen hier aanwezig u (Gerbrandt) wel kent, behalve die éne meneer daar…”. En vervolgens wees hij niet naar mij!
    In zo een geval kom ik dan niet voor mijzelf op. Dat is betrekkelijk zinloos want er is niets om voor op te moeten komen. En ik val het subject op een bepaalde manier onnodig af. Maar goed, Asing onderschatte dus eigenlijk zijn aanwezige publiek. Er waren mensen zonder voorkennis gekomen uit pure belangstelling voor het onbekende.
    In ons geval was dat onbekende de stad Leeuwarden, waar wij nu enige tijd, maar niet zo lang, verblijven.
    Er stond een aankondiging in een aktiviteitenkalender.
    “ Regelmatig worden er in het HCL spraakmakende gasten geïnterviewd over o.a. hun band met Leeuwarden en onderwerpen uit het (recente) Leeuwarder verleden. Ook het publiek mag mee praten tijdens deze middagsalon. Dit keer is Gerbrand Bakker (Wieringerwaard, 1962) te gast. Bakker studeerde cultureel werk aan de A.A.F. en Nederlandse taal- en letterkunde aan de UvA. “
    De te interviewen persoon kreeg zo nauwelijks kleur in deze inleiding, en dat sprak ons wel aan! Het zou wel eens héél erg over Ljouwert kunnen gaan, en we zouden Liwwadders kunnen horen, want die mogen meepraten!

    Die Bakker bleek helemaal niets over Leeuwarden te kunnen of willen vertellen! Wat een stunt. Hij was als student in Leeuwarden terecht gekomen omdat een Amsterdams opleidingsinstituut niet de moeite had genomen om op zijn aanmelding te reageren. Wel een vrij goede reden dus. Maar beter was het geweest wanneer er geen aanvraag die richting uit was gegaan, want dat Amsterdam boeren negeert is iets dat deze adolescent in de Wieringerwaard had moeten weten. Slecht starten is slecht, maar slecht vertrekken is slechter. Het zal ertoe hebben bijgedragen dat Leeuwarden een nachtmerrie voor Gerbrandt is geworden. Behalve dat er een agressieve sfeer hing en dat er minstens één homocafé was in die dagen heeft hij mij deze middag over de stad niets bijgeleerd. Een kennelijk niet heel toepasselijk setje foto’s op het projectiescherm kon daar ook niets aan veranderen.

    Er werd gewoon weinig kond gedaan over Leeuwarden, en er was ook nauwelijks wat van de aanwezige Liwwadders te horen. Er waren wel wat aanvullende kreetjes te horen van aanwezige intimi, of van een enkele A.A.F. jaargenoot die wel graag tot de inner circle van de beroemde schrijver zou willen toetreden. De middag moest een unieke gelegenheid zijn om met wat vriendelijk bezem poetsen die steen erin te krijgen. Maar wie goed belezen was had beter kunnen weten. Gerbrandt-mens is namelijk geen sociale figuur, ook al is hem dat niet aan te zien. Als schrijver toont hij zich benaderbaar, maar wanneer hij in de pauze buiten even een sigaretje staat te roken is dat benaderen vooral niet de bedoeling! Hij staat daar het liefst niet met lezers om hem heen, laat staan dat ze hem in een gesprek betrekken. Dat is echt een houding om trots op te zijn. Ik vind dat de positieve waardering voor mensen die openstaan voor korte gesprekken met vreemde mensen helemaal nergens op slaat. De gedachte om naar terloopse prietpraat te moeten luisteren is erger dan de gedachte om niet geheel onverwacht door een voetbalfan bespuwd worden.
    Ik begrijp verder niet waarom iemand kans maakt een beter mens te worden gevonden omdat die iets van liefde voor dieren zichtbaar maakt. Dat doet Gerbrandt ook goed. Hij beschrijft zijn eigen ontrouwe viervoeter als de mooiste hond die hij ooit zal “hebben of krijgen”. Hij had het geluk een dier te scoren dat over net zo weinig sociale vermogens beschikte als hijzelf, en dat levert een jarenlange relatie en een heel fijne dier-beschrijving op. Goed van goedeloosheid en zonder vertrouwen doen ze het met elkaar. Die hond die pertinent zijn eigen baas niet likt omdat die nu juist dát zo lekkurrr vindt. En die baas die het verrekt om de hond die steeds wegloopt aan te lijnen voor zijn eigen bestwil, en terwille van de verkeersveiligheid in de Eiffeldalletje. De hond werd plotseling blind toen de baas besloot om nooit meer een roman te schrijven. Zoiets verzin je niet.

    Thuis heb ik de ongeleden schade op de schrijver verhaald door even wat over zijn werk op te zoeken.
    “De stijl van Gerbrand Bakker is mooi: met een vrij onderkoelde toon neemt hij situaties waar, maar er zit toch veel spanning in de roman. Het vergt wel enige concentratie om te lezen, want je kunt zo ergens over heen lezen.
    “Boven is het stil” is dus een roman die voor eindexamenkandidaten van havo en vwo een aardig nummer op de literatuurlijst kan zijn. De waardering van de roman bedraagt 2 punten.”
    Ik heb in het buitenland op een middelbare school gezeten, en een literatuurlijst heb ik dus nooit gezien. Dat verklaart een hoop. Zo een puntennummer zou ik echt wel hebben gewaardeerd.

    *** einde interviewbespreking +++

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s