Un bel di vedremo

Gisteren waren naar een crematie in Lisse. Met we bedoel ik vader en moeder, drie broers en een zus. En natuurlijk nog meer mensen, vooral heel veel oude mensen, die wij niet kenden: buren en vrienden en nog een plukje familie van oom Cor. Want het ging om oom Cor, voormalig octrooigemachtigde bij de Shell. Oom Cor was getrouwd met tante Lief, de zus van mijn vader. De laatste anderhalf jaar heeft hij doorgebracht in een verzorgingstehuis. Hij had zich daar erg goed gedragen zeiden beide zoons Jan en Wim in hun toespraken. Eigenlijk is het Wim en Jan, want Wim is de oudste. Wim woont in Australië en Jan woont in Amerika. Tante Lief is over een tijdje, als de zoons weer gevlogen zijn, helemaal alleen. Ik reisde erheen met de trein en de bus. Ook als je geen auto hebt, kom je overal. Ik moest wel de laatste twintig minuten lopen, maar dat was niet erg, het was mooi weer. Pas tijdens de dienst betrok het en toen tante Geertje en haar man Sybren me in Sassenheim afzetten, zei tante Geertje ‘Wat een mistroostig weer.’

Tante Geertje is helemaal geen tante, tante Geertje is een Hannema, we moeten terug naar een zuster van opa Bakker voor de Hannema’s, die trouwde er met één. Tante Geertje is eerder een achternicht van me (want een nicht van mijn vader), en ze had geklaagd bij een medewerkster van het crematorium, dat nog maar vier maanden open is. De gehele achterwand is van glas. Dat is mooi, want daar weer achter ligt een water met een fontein, een strakke haag en een tweetal muren, met dáárachter weer de bollenvelden. Negen punten voor het uitzicht. Maar de sprekers vallen erbij in het niet en staan er in tegenlicht. Je hoort ze duidelijk, maar de gezichten zie je niet. Het is bijna een schimmenspel. De medewerkster zou er melding van maken.

‘Wat kijk je naar me,’ zei mijn moeder na afloop tegen een onbekende vrouw. ‘Zie je kennis?’ De vrouw zei eerst even niets en daarna: ‘U kijkt naar mij.’ Daar had mijn moeder weer niet van terug en met een ‘Tja, daar hebben we ogen voor gekregen’ ging ze zitten. Wie die mevrouw was bleef onopgehelderd. Ik werd een paar keer aangesproken op mijn boeken door wildvreemde mensen. Dat vind ik niet kies op een crematie en ik heb er ook geen zin in, tot mijn zus me toesiste ‘Die mevrouw wil even wat tegen je zeggen over dat boek!’ Een man zei: ‘Hé Gerbrand’. ‘Wie bent u?’ vroeg ik. ‘Je kent me helemaal niet,’ zei hij. ‘Ik ken jou uit de krant.’ O ja. Toen ik buiten even ging roken, kon ik er niet meer in: de deur zat op slot. Dat doen ze denk ik om niet-betrokkenen weg te houden bij de crematie. Ik kon er pas weer in toen iemand vroeg vertrok.

Een van de muziekstukken was ‘Un bel di vedremo’ uit Madama Butterfly, als ik me niet vergis in de uitvoering van Maria Callas. Mijn moeder kreeg het te kwaad en mijn zus ook, allebei een kind verloren, en omdat mijn zus het te kwaad kreeg, kreeg ik het ook kort te kwaad. Zo gaat dat: iemand wordt gecremeerd of begraven, maar de oude doden steken de kop weer op. Lees de vertaling van de Italiaanse tekst van ‘Un bel di vedremo’ maar eens. Huiveringwekkend. Als ik oom Cor voor me zie, zie ik een lange, dunne man in een beige regenjas. Hij ging een gesprek altijd heel verwachtingsvol in, handen op de knieën, opgewekt. Zoon van een tuinder uit Oosterblokker.

One thought on “Un bel di vedremo”

  1. Beste Gerbrand,
    Bedankt voor dit stuk. Ook ik vloog in een oude emotie m.b.t. een tante en dat is gewoon fijn.
    En omdat ik er nu toch ben: Bedankt voor je komst naar Leeuwarden ( waar ik woon ) en je openhartig verhaal.
    Lieve groet, Jan.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s