Medisch-literair dagje

Eergisterochtend had ik een ct-scan in het VU. Een keer eerder in mijn leven heb ik een ct-scan ondergaan, vorig jaar op 6 juli, maar toen had ik al urenlang zo veel pijn dat ze alles met me hadden mogen doen, die ging nogal langs me heen. Je krijgt via een infuus een contrastvloeistof toegediend en een middel om dat erna zo snel mogelijk weer uit te plassen. Toen die vloeistof na een paar opnamen begon te lopen, kwam toch een herinnering aan die eerdere scan weer terug. De vreemde warmte van dat spul in je bloedbaan, de verhoogde hartslag, de dikke keel. Zoals gebruikelijk in ziekenhuizen allemaal zeer aardige en lieve medewerkers. Dat valt me iedere keer weer op. De zorg in Nederland is prima geregeld. En als er verder geen acute dreiging op het een of het ander is, vind ik zulke medische handeling altijd razend interessant, zo ook het blaasonderzoek van een paar weken geleden. Dat er een slangetje met een piepklein cameraatje ingebracht wordt en je daarna je blaas van a tot z kunt bekijken, inclusief het tunneltje naar de prostaat. Fascinerend. En voor mannen die gruwen bij het idee dat er ooit bij hen een slang in hun lul geduwd wordt: het valt enorm mee, het is helemaal niet erg. Toen alles klaar was, liep ik met een van de verpleegkundigen terug naar de wachtruimte. ‘Die pijn in mijn nieren, hoort dat erbij?’ vroeg ik. ‘Ja,’ zei ze, ‘we hebben er in recordtempo contrastvloeistof doorheen gejaagd.’ Troep dus. Veel drinken. Toen ik naar huis fietste verfletste de nierpijn en kreeg ik een bijna niet te houden plasaandrang.

’s Avond kwam ik zonder dat dat zo gepland was in Hotel De L’Europe terecht met de Franse schrijver David Foenkinos. Ik had die dag al een keer of zeven gepist, dus ik zat lekker rustig, een glas rode wijn erbij. Ik hoefde niet echt aan de conversatie mee te doen, want die vond grotendeels plaats in het Frans. Ik kan geen Frans. De nieuwsgierige ober vroeg in het Engels aan het gezelschap waarom het daar zat. Lezing, schrijver, honger. De ober vertelde ons dat de Boekenweek de avond ervoor begonnen was. ‘Nee hoor,’ zei ik pedant, ‘die begint vrijdagavond.’ Nee hoor, zei de ober, gisteren was hier een groot diner met alle belangrijke schrijvers. Eva Cossee en ik keken elkaar even aan. Ik wist dat er ergens iets geweest was, door een tweetje van Kluun. Hij was dus een van de ‘belangrijke schrijvers’. Maar nu wist ik ook waar en dat er dus een groot gezelschap ‘belangrijke schrijvers’ aanwezig was geweest. Maar waarom? Wat is dat voor diner, waarbij de één wel mag komen en een ander niet? Gaat Kluun misschien het volgende Boekenweekgeschenk schrijven? De ober had verder weinig informatie te bieden.

Altijd wat met die Boekenweek en het Boekenbal. Dit jaar is er geen voorprogramma. Omdat het toneel in Paradiso te klein is? Omdat het geld ervoor opgesoupeerd is tijdens dat diner in Hotel De L’Europe met al die ‘belangrijke schrijvers’? Maar hoe en wanneer moeten we dan Herman Koch en Connie Palmen bejubelen? Toen ik thuiskwam, plaste ik het laatste restje contrastvloeistof uit. Het leven gaat door, altijd, om van alles heen, dwars door alles heen.

One thought on “Medisch-literair dagje”

  1. Eigenlijk gaat het om maar 1 weggelaten woord door de ober niet uitgesproken: “hier was een groot diner met alle uitgenodigde belangrijke schrijvers” Erkenning is kwetsbaar. Ons gevoel erover aan trends onderhevig. Het is een tijdsbeeld.De geschiedenis laat uiteindelijk zien wat tijdloos is en was. Dan heb je je hele verdere leven nog om tijdloos te zijn. Lijkt me heerlijk, omdat je maakt wat je bent.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s