Je maakt iets en beseft dat je nog veel meer moet maken

Gisteren mdf laten zagen bij de Globus, vandaag de nieuwe boekenkast in elkaar gezet en – nadat ik hem weggehaald had van de afbeelding – al één keer in de verf gezet. Terwijl er bezoek was, en straks weer bezoek komt. Die nieuwe boekenkast was nodig omdat de bestaande (links op de foto) te klein geworden was voor eigen werk. Ja, inderdaad, ik heb een boekenkast vol eigen werk, in het Nederlands en allerlei andere talen. Daar schaam ik me helemaal niet voor, ik vergeet steeds wie ik ben, en die tastbare boeken herinneren me eraan dat ik dat allemaal ooit bij elkaar geschreven heb (en nogal wat  vertalers vertaalden minstens vijf planken bij elkaar). Er lagen boeken plat bovenop staande boeken en dat stond me niet aan, dat vond ik rommelig. Maar nu is er iets wat me ook niet aanstaat: er is tweeënhalve plank onbezet.

Punt is natuurlijk dat er in die kast geen Dautzenberg, McEwan, De Nooy, Zsófia Bán, Barry (Sebastian én Kevin), Anne Enright, Roos van Rijswijk, John McGahern, Andrew Miller, Oek de Jong, Kim Leine, Siegfried Lenz, Juli Zeh. R.J. Peskens, Austin Duffy of Koos van Zomeren mogen staan. Geen sprake van, die staan elders, voornamelijk in Amsterdam. Dus zal ik zelf aan de bak moeten. Nog tweeënhalve plank. Ik moet onmiddellijk beginnen. Maar eerst een gin-tonic, bij een aangename temperatuur van 26 graden, een tikje fris. Maar met citroen, limoen of komkommer?

Zwarte zaterdag

Gisteren was een zwarte dag. Het begon al vroeg en het hield niet meer op. Duizenden motorrijders, voornamelijk uit België. Van de A60 naar beneden en dan vlak na mijn huis naar rechts. ’s Avonds hoorde ik dat ze vervolgens meteen weer naar links gingen en met z’n allen door Nimshuscheid reden. Niemand wist waar ze heen reden, iemand had het over de Nürburgring die 90 jaar bestond, maar dan zou je oude auto’s verwachten. Tegen de tijd dat de heenstroom een beetje begon uit te dunnen, reden de eersten alweer terug. Vandaag is het rustig, het normale aantal komt voorbij, altijd in groepen, motorrijders kunnen of durven niet alleen op pad. De Eifel schijnt een walhalla te zijn voor motorrijders. Ik heb een gruwelijke hekel aan motoren. Gelukkig voor mij was de mis in Lasel, precies de andere kant op. Geen enkele motorrijder reed me van mijn fiets af. De mis begon om half zes en was om half zeven klaar. De pastoor had er zin in, hij maakte voortdurend grapjes. Ik begin al een beetje te wennen, zit niet meer zwetend op een harde houten bank. Het was de eerste Jahresgedächtnis voor dakdekker Rudi, en een aantal anderen. Na de mis liepen er nogal wat mensen van de kerk naar de begraafplaats. Het was prachtig weer, na een bewolkte dag trok de hemel open. Ik liep erheen met Walter en Elisabeth Graf, die in de kerk naast me gezeten hadden, Walter zuchtte telkens als hij op moest staan. ‘Wir sind nicht katholisch mehr,’ fluisterde Elisabeth. Aansluitend was er een Grillen bij Christa en Johannes. De Ortsburgemeister van Nimshuscheid vertelde me over de Nürburgring. Sacha de broodbakker liet me foto’s zien van twee Appenzellerpups. Helmut haalde uit zijn appartement een pakje vloeitjes voor me. Ik dronk te veel bier, maar was rond twaalven nog bij te pinken genoeg om te vertrekken. Kan je zeggen dat een barbecue ter ere van de sterfdag van dakdekker Rudi gezellig was? Ja, dat kan en dat was het. Eerder in de week was er al de verjaardag van buurvrouw Monika. Ik heb voor weken genoeg vlees gegeten.

Ik las laatst iets over het afsluiten van een stuk dijk langs de IJssel, vanwege overlast door motoren. Daar was ik het hartgrondig mee eens. Zo’n fijn huis, op zo’n fijne plek, weg van grote steden en dan razen er het hele weekend lang motorrijders langs. Je reinste overlast, waar ze zelf niks van merken want zij zijn het die razen en genieten van het ‘bropbropbrop’ dat hun machine voortbrengt, zij zitten niet in de tuin. Buurman Klaus en ik zagen gisteren ineens een vlag wapperen in de tuin van de nieuwe buren uit de buurt van Aken. ‘Wat is dat nou weer voor vlag?’ vroeg ik. ‘Een Harley-Davidsonvlag,’ zei Klaus. ‘Godsamme!’ zei ik. Het zou verboden moeten worden, of beperkt tot vijf dagen per jaar, en dan voor alle motorrijders uit alle landen dezelfde dagen, anders schieten aanwonenden er nog niks mee op natuurlijk.