Zwarte zaterdag

Gisteren was een zwarte dag. Het begon al vroeg en het hield niet meer op. Duizenden motorrijders, voornamelijk uit België. Van de A60 naar beneden en dan vlak na mijn huis naar rechts. ’s Avonds hoorde ik dat ze vervolgens meteen weer naar links gingen en met z’n allen door Nimshuscheid reden. Niemand wist waar ze heen reden, iemand had het over de Nürburgring die 90 jaar bestond, maar dan zou je oude auto’s verwachten. Tegen de tijd dat de heenstroom een beetje begon uit te dunnen, reden de eersten alweer terug. Vandaag is het rustig, het normale aantal komt voorbij, altijd in groepen, motorrijders kunnen of durven niet alleen op pad. De Eifel schijnt een walhalla te zijn voor motorrijders. Ik heb een gruwelijke hekel aan motoren. Gelukkig voor mij was de mis in Lasel, precies de andere kant op. Geen enkele motorrijder reed me van mijn fiets af. De mis begon om half zes en was om half zeven klaar. De pastoor had er zin in, hij maakte voortdurend grapjes. Ik begin al een beetje te wennen, zit niet meer zwetend op een harde houten bank. Het was de eerste Jahresgedächtnis voor dakdekker Rudi, en een aantal anderen. Na de mis liepen er nogal wat mensen van de kerk naar de begraafplaats. Het was prachtig weer, na een bewolkte dag trok de hemel open. Ik liep erheen met Walter en Elisabeth Graf, die in de kerk naast me gezeten hadden, Walter zuchtte telkens als hij op moest staan. ‘Wir sind nicht katholisch mehr,’ fluisterde Elisabeth. Aansluitend was er een Grillen bij Christa en Johannes. De Ortsburgemeister van Nimshuscheid vertelde me over de Nürburgring. Sacha de broodbakker liet me foto’s zien van twee Appenzellerpups. Helmut haalde uit zijn appartement een pakje vloeitjes voor me. Ik dronk te veel bier, maar was rond twaalven nog bij te pinken genoeg om te vertrekken. Kan je zeggen dat een barbecue ter ere van de sterfdag van dakdekker Rudi gezellig was? Ja, dat kan en dat was het. Eerder in de week was er al de verjaardag van buurvrouw Monika. Ik heb voor weken genoeg vlees gegeten.

Ik las laatst iets over het afsluiten van een stuk dijk langs de IJssel, vanwege overlast door motoren. Daar was ik het hartgrondig mee eens. Zo’n fijn huis, op zo’n fijne plek, weg van grote steden en dan razen er het hele weekend lang motorrijders langs. Je reinste overlast, waar ze zelf niks van merken want zij zijn het die razen en genieten van het ‘bropbropbrop’ dat hun machine voortbrengt, zij zitten niet in de tuin. Buurman Klaus en ik zagen gisteren ineens een vlag wapperen in de tuin van de nieuwe buren uit de buurt van Aken. ‘Wat is dat nou weer voor vlag?’ vroeg ik. ‘Een Harley-Davidsonvlag,’ zei Klaus. ‘Godsamme!’ zei ik. Het zou verboden moeten worden, of beperkt tot vijf dagen per jaar, en dan voor alle motorrijders uit alle landen dezelfde dagen, anders schieten aanwonenden er nog niks mee op natuurlijk.

3 thoughts on “Zwarte zaterdag”

  1. Amsterdam, van het ene in het andere festival duikelen. Het hele jaar door bijna. “Van 5 januarie tot 30 april was de stad van ons” zo zag ik dat en ik denk anderen ook. De toeristenbussen bij de Heinekenbrouwerij in rijen langs de Stadhouderskade. Ik woonde er vlakbij. Amsterdam is een mooie stad om te bezoeken. Voor de bezoekers. Voor ons was het gewoon wonen. Dat zullen weinig bezoekers zich realiseren.
    Zeeuws Vlaanderen, vakantie gebied voor toeristen. De zee en de korenvelden, de strandjes langs de Schelde. “Hoe kun je hier wonen” vragen mijn vrienden uit Amsterdam als het winter is. De koude harde wind, de kaalte, niemand op straat. “het is hier alsof je altijd op vakantie bent” zeggen diezelfde vrienden uit Amsterdam in de zomer.
    En ja die { hier bij ons vooral} wielrenners groepen. Uit Belgie waar blijkbaar geen ruimte is. Afgelopen Zaterdag zat ik met de auto achter zo`n groep. Ik wilde eigenlijk wel erg graag door. Op een heel smalle polderweg. De groep stelde zich breed op en bleef breed. Voor 7 km lang. Dan kun je met je wielen de berm in en passeren. De berm zit vol met hutsen en butsen in het hoge gras. Beter van niet. Expansie en mensen. Het hoort blijkbaar bij elkaar.

    Like

    1. Ach………..
      Geboren, getogen en niet weg te branden uit Amsterdam citeer ik citeer J.C. Bloem (1887-1966) maar weer eens:

      DE DAPPERSTRAAT
      Natuur is voor tevredenen of legen.
      En dan: wat is natuur nog in dit land?
      Een stukje bos, ter grootte van een krant,
      Een heuvel met wat villaatjes ertegen.
      Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
      De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
      De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
      Door zolderramen, langs de lucht bewegen.
      Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
      Het leven houdt zijn wonderen verborgen
      Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.
      Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
      Verregend, op een miezerigen morgen,
      Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s