Zomer

De zomer drentelt onverdroten voort hier in de Eifel. Nu eens is het 19 graden, dan weer 30, en regenen doet het regelmatig, af en toe ’s nachts, met donder in de verte. Iedereen is wel bezig met het één of ander. Nieuwe buren Axel en Gabi bouwen eindelijk hun nieuwe keuken in, dat kan nu elektricien Lothar de bedrading heeft vernieuwd, en als ze dat niet doen schelden ze op de honden die elkaar willen opvreten, wat ze verhinderen door klaarstaand water over ze heen te smijten; nieuwe buren Gabi en Hans-Dietmar laten een oude schuur verbouwen tot Harley-Davidsson werkplaats, al weken krioelen daar halfblote bouwvakkers rond, die graag hun bouwafval verbranden als de wind verkeerd staat; nieuwe buren Rinus en Lien bakken zelfgesneden frietjes en nodigen mij uit die op te komen eten, met een gehaktbal en sla. Heerlijk. Ik heb de jonge boer met grijze ogen niet meer gezien. Buurman Klaus rijdt elke dag naar Bitburg, waar zijn zoon een huis aan het bouwen is. Bezoek komt en gaat, komt en gaat en vaak schuift er ook nog iemand uit de buurt gezellig aan, om een gin-tonic of biertje te drinken en te luisteren naar dat onbegrijpelijke koeterwaals van ons.

Ikzelf ben dus aan het schilderen. Vrijwel alles is nu antiekgroen. Soms, als ik ’s avonds door de tuin dwaal, besef ik wat er allemaal al is gebeurd in de afgelopen vier jaar en vervloek ik mezelf dat ik in het begin niet veel meer foto’s heb gemaakt. Niet eens zozeer voor mezelf, maar ik hoor mezelf tegen nieuw bezoek zo vaak zeggen dat alles hier een woestenij was, en als ik het gezegd heb, zie ik aan hun ogen dat ze zich er niets bij kunnen voorstellen. Buurman Rinus kwam eergisteren drie halve wijnvaten langsbrengen, en één ervan heb ik al ingebed in de heuvel achter het huis. Er paste precies een grote speciekuip in, die ik onmiddellijk met water vulde. Weer een vijver erbij, in de schaduw van de appelboom met de oneetbare appeltjes. Trouw heeft zomerstop, wat betekent dat Jamal Ouariachi een column schrijft en ik anderhalve maand vrijaf ben, vandaar dat ik nu, hier, even mijn tuinnieuws kwijt moet.

De gierzwaluwen beginnen al hun afscheidsroep te oefenen, voor je het weet is het augustus. En pas dan – als de scholen en het voetbalseizoen weer beginnen – trek ik de wereld in, naar Wales, naar Zeeland, naar Griekenland en later nog naar Ierland. Als het bloeien in de tuin wel zo’n beetje zijn hoogtepunt gehad heeft, alles niet meer zo veel water nodig heeft en ik niet zenuwachtig en onrustig slapeloos in het een of andere bed & breakfastbed hoeft te liggen. De Abessijnse gladiolen komen tamelijk goed en overvloedig (100 bolletjes pootte ik) de grond uit, maar ik meen te weten dat die pas in hun tweede jaar bloeien. Daaraan zal ik dus niet veel missen.

Gisteren vroeg ik me af hoe het kan dat het snoer van de hanglamp in de keuken, dat langs het plafond loopt, onder de vliegenpoep zit. Waarom valt vliegenpoep niet naar beneden? Er zijn veel vliegen, vanwege de Herefordkoeien van de jonge boer met grijze ogen, die hier vlak in de buurt lopen. Stiertjes zijn het, soms staan ze midden in de Nims een beetje dommig voor zich uit te staren, misschien hebben ze heimwee naar de grazige, vlakke weiden waar ze geboren zijn en verbazen ze zich over water dat stromen kan, niet doodstil in een boerensloot staat.

5 thoughts on “Zomer”

  1. Wat een prachtig dier, dat Hereford-stiertje. Jammer van die ontsierende oormerken.
    Koeien/stieren zien er misschien wat dommig uit als ze voor zich uit staan te staren, maar ze zijn allerminst dom. Het zijn gewoon wat introverte dieren. ‘Jouw’ stiertjes staan gewoon een beetje te dromen.
    Tja, die vliegen. Altijd iets om rekening mee te houden als je dicht bij een koe of stier staat, want zo’n klap met de kop tegen de romp om die vliegen te verjagen moet niet op jou terechtkomen.
    Ze kunnen goed zwemmen. Mijn in het oude Purmerend opgegroeide nichtje M. vertelde dat de op de veemarkt voor de slacht bestemde koeien bij het kanaal ‘geparkeerd’ werden. Heel vaak zwommen ze dan naar de overkant, alsof ze het voelden.
    Overigens denk ik dat Purmerend een van de oorzaken is dat ik vegetariër ben geworden. ik was 14, logeerde bij M., we gingen achterom, en dus ook langs de achteruitgang van de slager. Daar lag een kalfje, vastgebonden op een soort tafel. Die ogen! Toen we terugkwamen lag er geen kalfje meer. Wel plassen bloed.
    Binnenkort maar eens even naar de lijstenmaker met een aangekochte ets ‘Koeien in de rivier’ van Ans van der Zweep-Heijmen.

    Like

  2. Koeien hebben zoiets poëtisch ook. Die grote zachte ogen, ze staren. In de Picardische natuur waar we een huis hadden ging ik Nemo {mijn paard} inrijden op de velden en de koeien die we passeerden liepen dan springerig met ons mee langs het pad. Het waren jaarlingen en hun sprongen waren onbeholpen van links naar rechts. Ik zat dan zenuwachtig te zijn. Want Nemo kon dan ineens mee gaan in een galop waarbij hij zijn achterhand ver omhoog wierp. Dan zat ik op zijn nek en niet meer in het zadel. Koeien in het water staand om af te koelen zie ik in Zeeland ook. In “De Vogel” een kreek bij Hengstdijk is een natuurgebied met natuurlijke grazers. Daar stappen die mooie zacht bruine koeien zo het water in en blijven daar zo heerlijk als ouderwetse baadsters in staan.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s