Hongerige mosasaurus

Gisteravond wilde ik een film kijken. Op tv. Net terug van vakantie, snel dit en dat en zus en zo en ’s avonds wilde ik gewoon op de bank een film kijken. Neef Casper was vertrokken – die vliegt vandaag naar New York – , ik had eten gemaakt en twee glazen witte wijn gedronken en was er helemaal klaar voor. Jurrasic World, daar had ik nou echt zin in. Ik hou wel van dinosaurussen die mensen opvreten. De film werd uitgezonden door SBS6. Ik kijk nooit naar SBS6, maar dan ook werkelijk nooit. Om half twaalf begreep ik precies waarom.

Ik heb het niet precies bijgehouden, maar voor mijn gevoel duurt de reclame waardoor de film steeds onderbroken wordt net zo lang als de film zelf. Nou ja, vooruit, dan kijk je even op je iPhone of je gaat even pissen, hoewel dat na de vierde keer al flink gaat vervelen. En ineens kreeg ik Shownieuws voor mijn kiezen! Gewoon middenin de film! En toen kwam ook nog Piets Weerbericht vanaf een of andere treurige camping! Zijn er mensen die dat aankunnen? Bestaan er mensen die dan naar zo’n film blijven kijken? Wat is dat voor een krankzinnnigheid?! Dat er mensen bestaan die zo’n film uitkijken is zo, want ik heb de film uitgekeken – de mooiste scène is die waarin de Britse assistente van de hoofdrolspeelster gegrepen wordt door een vliegdinosaurus, in het water terechtkomt, wéér door die vliegdinosaurus gegrepen wordt, lijkt te ontsnappen, maar dan worden vliegdinosaurus én Britse assistente samen door een Mosasaurus naar binnen geslokt – maar dat doe ik dus nooit meer. Geen wonder dat iedereen illegaal films downloadt (dat zag ik in het Journaal), het is een marteling om een avond lang SBS6 te kijken. Ik was kapot en daardoor kon ik ook nog eens niet slapen. Het is niet alleen reclame voor auto’s of shampoos of luiers maar ook reclame voor overige SBS6-programma’s, of misschien moet je die aankondigingen noemen. Ik werd er misselijk van, het was als het eten van een mislukte dubbele cheeseburger. SBS6 ís McDonalds: het is plat en fout-Amerikaans en als je klaar bent met eten heb je een heel vreemd gevoel in de maag: vol en toch leeg. Onbevredigd. Half. Met een vieze smaak in je mond.

Maar goed: nu ben ik er wel van op de hoogte dat Hanny Veerkamp met spoed naar het ziekenhuis is vervoerd na onfortuinlijke val. Dat is toch ook wat waard. En ze had het de afgelopen tijd al zo moeilijk. Gelukkig is ze alweer thuis en verzorgt man Ton haar liefdevol. Ze kan vandaag niet optreden op het Jordaanfestival. Dan moeten we allemaal maar naar de Uitmarkt.

Kameroenschaap – Berberaap

Ineens is mijn zomervakantie voorbij. Begin juli denk je nog dat het heel erg lang gaat duren voor de eerste Trouw-column weer geleverd moet worden, en dan moet je je nog haasten om er één voor vertrek naar Wales te produceren. Nu eerst nog een uurtje in de Eifel, zo’n wacht-uur, een tijdspanne waarin je niks meer doen kan, en dan met buurman Klaus naar Densborn en van Densborn naar Keulen en van Keulen naar Amsterdam. Ik wil gaan eten in de Bordbistro, maar tegenwoordig is de Bordbistro meestal stuk en kun je er alleen koffie en vierkante stukken droge taart krijgen. Dat is jammer. Ik heb de laatste twee Meisenknödel aan het vogelvoederstation gehangen en het laatste 4-seizoenen-strooivoer uitgestrooid. Ze zullen het zonder mij ook wel overleven, de matkopjes, mezen, vinken en geelgorzen. En het onbekende dier dat op mijn zoldertje huist ook. Laatst heb ik het zolderluik anderhalve dag open gehad, in de hoop het onbekende dier eens te zien te krijgen. Het klinkt groot, ’s nachts stommelt het, soms snurkt het. Verder heb ik geen last van het onbekende dier. Ik zie er tegenop alle gaten en kieren dicht te timmeren, ik ben bang dat het onbekende dier bij het vastspijkeren van de laatste plank nog op de zolder zit.

Nu pas is het nog een uur voor ik vertrek. Een uur. Nog een laatste alinea hier. Maar waarover in godsnaam? Er scharrelen nu ook een lijster en een heggemus rond. Nog maar wat dierennieuws dan: de oude tijger in de Eifel Zoo heeft afgelopen woensdag een spuitje gekregen. Er lopen sinds kort ook kamelen, hun bulten hangen slap, het gras is te mals en overvloedig. Trampeltiere heten ze in het Duits en ze bijten, staat op een bordje. Kraagbeer Mike, die er al ik weet niet hoe lang zijn Lebensende afwacht, zijn overgang naar de Bärenhimmel, leeft onverstoorbaar verder, waardoor zijn hok niet gemoderniseerd kan worden. Tien jaar geleden heeft hij zijn verzorger, de toen 80-jarige eigenaar van de Zoo, die hem met de hand grootbracht, zwaar toegetakeld. De man voerde Mike aardbeien en struikelde, waarop de beer overging van de aardbeien op de arm van de dierentuindirecteur. Ik heb nog even gekuschelt met het Kameroenschaap dat de profielfoto is op mijn Whatsappaccount. Volgens mij herkende ze me nog.

Op de afbeelding een Kameroenschaapram met een Berberaap op zijn rug. Die foto heb ik geleend van internet, zulke dingen komen niet voor in de Eifel Zoo.

Lichte verbijstering

Ik keek gisteren op de ARD naar het WK Atletiek. En ik was verbijsterd. De Britten – dat WK is in Londen – hadden de 100 meter mannen lekker opgebouwd, alle acht de mannen kwamen temidden van bescheiden vuurwerk uit de coulissen op, als was het een toneelstuk dat ze gingen opvoeren. Met als hoofdrolspeler Usain Bolt, en dan nog zeven bijrollen, voor onder andere Justin Gatlin en Christian Coleman. Niet om het één of ander, maar ik zag aan de kop van Bolt dat hij niet ging winnen, het zat ‘m in een kort aflikken van zijn lippen voor hij zijn bekende bewegingen maakte en breed naar de camera grijnsde. Alsof hij moest slikken op een moment dat hem dat niet uitkwam. Gatlin werd door het beschaafde Britse publiek met boe-geroep begroet, omdat Britten nu eenmaal NOOIT doping gebruiken, nooit valsspelen. Gatlin trok er zich niets van aan, keek strak naar de baan voor hem, die had zo zijn eigen gedachten.

Gatlin won, Coleman werd tweede en Bolt derde. Nou ja, dat kan, hoewel Bolt het zich anders voorgesteld had. En toen kwam het moment van verbijstering. Ik heb die hele Gatlin nauwelijks nog gezien. De camera bleef bij Bolt, die zich liet toejuichen door dat Britse publiek, die allemaal liever hadden gezien dat hij goud gepakt had. Of wacht, daar was toch Gatlin, die zich bijna op de grond wierp voor Bolt, alsof hij wilde zeggen ‘Ja, jij bent – of was – de baas, hier heb je mijn respect.’ Toen dat moment voorbij was, was het alleen nog maar Bolt, Bolt en Bolt, op een bepaald moment liep hij een Brit met een microfoon tegen het lijf, die hem begon te interviewen, een stadiongesprek was het, niet iets voor de tv. En zo ging dat maar door, even zag ik ook Coleman nog lopen met een Amerikaanse vlag om de schouders. Maar waar was toch Gatlin? De kersverse wereldkampioen? Wat gebeurde hier? Even nog kregen we hem hier in Duitsland (ik weet nooit precies of iedereen op de hele wereld hetzelfde te zien krijgt, uitgezonden en gekozen door de BBC), toen de ARD-camera van het presentatieduo naar de interviewplek van een Amerikaanse zender zwenkte en de Duitsers (ook in Duitsland is men niet bekend met doping, Duitsers spelen ook NOOIT vals) zeiden dat het eigenlijk niet mocht, dat zo iemand de 100 meter won, kón winnen. Ik weet ook niet of Gatlin een ereronde gelopen heeft, ik mag ergens hopen van niet, dat zou vreselijk pijnlijk geweest zijn; de wereldkampioen eenzaam sjokkend, uitgejouwd door de toeschouwers, terwijl de bronzen medaillewinnaar elders toegejuicht werd. Wat hij absoluut verdient, daar niet van, maar niet op dat specifieke moment.

De hypocrisie – in het land waar men dat woord uitgevonden heeft – ten top, samengebald in iets minder dan tien seconden en een nasleep van tientallen minuten. Elders op het veld sprong de Rus Alexandr Menkov 8 meter en 27 centimeter, hij werd vierde. Hij droeg een shirt dat niet Russisch was, dat mocht niet. Hij was ‘neutraal’, kwam uit onder de ‘neutrale vlag’. Net als de 18 andere Russen die er meedoen. De Britten klapten gewillig ritmisch met hem mee toen hij daarom vroeg.

Op de afbeelding de Britse sprinter Prescod. Hij werd zevende, in 10:17. Ik meen ook in zijn blik lichte verbijstering te herkennen.