Boekbespreking (stuk of 3)

Ik las een boek. Nu lees ik wel vaker boeken, maar dit boek was verpletterend goed. Voor dit boek las ik My little orange tree van José Mauro de Vasconcelos uit 1968. Volgend jaar bestaat dat boek 50 jaar en gaat Puskin Press het (her)uitgeven. Ook dat boek was ontstellend goed, vooral door de onschuld en oprechtheid die eruit spreekt. Ik heb zo’n vermoeden dat het volgend jaar ook in het Nederlands zal uitkomen. En dáár weer voor las ik De sneeuwman van Jo Nesbø, een thriller waar menig mannelijke thrillerschrijver uit Nederland diep voor buigen mag. Ik noem geen namen, maar willekeurig wie is van harte uitgenodigd zich aangesproken te voelen. Charles den Tex trouwens niet.

Maar goed, dit boek. Broeder, schrijf toch eens! van Rinus Spruit. Mensenlief. Zo bedaard en kalm, zó precies, zo precies de juiste lengte, zo mooi en vloeiend de overgang van ‘werkelijkheid’ naar fictie, zó helder het gevoel voor die overgang. Ik ken Rinus een beetje, hij geeft net als ik uit bij Cossee, vorig jaar fietste ik onaangekondigd bij hem langs. Ik zag de tuin, maar mooi niet dat ik een voet in het huis – dat centraal staat in zijn laatste boek – zetten mocht. Hij is een ‘moeilijke man’, en zoals zo vaak bij ‘moeilijke’ mensen heeft hij daar vooral zelf veel last van. Ik vermoed, maar ken hem daarvoor niet goed genoeg, dat hij erg dwingend kan zijn. Hij is droog, een tikje somber of melancholiek, het is of hij het gevoel heeft dat hij heel veel dingen niet goed heeft gedaan, wat hem dwingt om op de een of andere manier rekenschap af te leggen. En precies dat doet hij in Broeder, schrijf toch eens! Maar het is niet zwaar, verre van. Het is juist heel erg licht. Maar onder die lichtheid zweeft zijn leven. Een man die probeert er iets van te maken, die doormoddert, die geplaagd wordt door het gevoel zijn vader onrecht te hebben aangedaan. Onrecht dat nooit meer rechtgezet kan worden, want zijn vader is dood.

Wat een prachtig boek. En het is hoe je het ook wendt of keert tóch een roman, ondanks het feit dat de hoofdpersoon ‘Rinus’ heet. Veel van de dingen die hij beschrijft, beschrijft hij als een romancier: hij laat weg, hij dikt aan, hij vergeet op momenten dat dat gewenst is, hij introduceert als dat gewenst is personages die – gemeten naar hoe ik hem denk te kennen – helemaal niet bestaan. Als je hem hoort praten (ik keek hier in de Eifel VPRO Boeken terug), denk je gemakkelijk: ‘Laat maar, deze kerel heeft niks te vertellen en als hij net zo schrijft als hij praat, laat dan helemaal maar.’ Dat is een heel verkeerde gedachte. Rinus Spruit kan héél erg goed schrijven. Hij is een dark horse. En dat gesprek, trouwens, met Jeroen van Kan, was óók meesterlijk. Daar kunnen heel wat collega’s een voorbeeld aan nemen.

4 gedachten over “Boekbespreking (stuk of 3)”

  1. ‘In dit boek groeien de emoties zoals de uien op het veld groeien; rauw en onbeschut. Ze hebben niet de bedoeling te behagen maar wat zijn ze mooi, vooral als er pasgevallen waterdruppels op glinsteren in de ochtendnevel.’
    augusttholen.blogspot.nl

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s