Kolven en koersballen (uit: Trouw)

Wieringerwaard. Ik zet de fiets in de trein en stap uit in Schagen. Afhankelijk van hoe de wind waait, is het Schagen of Anna Paulowna. Vandaag waait de wind uit het zuidwesten, dat is Schagen-wind. Als eerste loop ik een rondje door de tuin van mijn vader en moeder. De winterakonieten kleuren een donkere hoek geel, de sneeuwklokken lichten overal op. De kippetjes zijn in de rui, ze leggen niet en kakelen zacht. Aan de overkant van de brede sloot zit Bep keihard te blaffen. Bep is de nieuwe hond van mijn broer en ze is doodsbang. Sneu vind ik dat voor het beest. Ze heeft me al minstens zes keer gezien, maar ze leert niet. Ze kan niet onthouden dat ik haar geaaid en liefdevol toegesproken heb, ze begrijpt dus niet dat ze voor mij geen angst hoeft te hebben. Een chocoladekleurige labrador. Na het middageten – mijn moeder heeft groentesoep gemaakt – stap ik weer op de fiets en rijd naar het dorp. Het is prachtig weer, overal buitelen merels over elkaar heen. Ik ben benieuwd naar het dorpshuis.

Het dorpshuis is mijn lagere school. Geen idee of het open is, het is donderdagmiddag, rond tweeën. De deur gaat open, door de grote ramen aan de voorkant had ik al mensen gezien. Als ik binnenkomt in wat ooit een gang was, roept een man me ‘Gerbrand Bakker!’ toe. Dat is mooi, hoef ik niet uit te leggen wie ik ben. Wel moet ik uitleggen wat ik kom doen. Rondkijken. Een groep mensen heeft de school gekocht voor 1 euro. Daarna met vrijwilligers verbouwd, installateurs legden dit en dat tegen kostprijs aan en binnen een half jaar was het dorpshuis klaar. De oude school, een even duidelijke als voor de hand liggende naam. Ik loop dwars door verdwenen muren heen, zie waar ik zat in een bankje bij het raam (door een enorme vetplant, waar ik 45 jaar geleden koste wat kost naast wilde zitten. Dit blijkt een andere te zijn.), zie hoe ik de bok uit het hok reed in de gymzaal. ‘Daar was de keuken,’ wijs ik. Daar weet mijn rondleider niets van, die keuken was er zeker niet toen zij begonnen te verbouwen. De kolfclub is er ondergebracht, en de koersbalclub. Je kunt er biljarten. De redactie van De Roodbroek heeft er een plek gekregen. In de gymzaal zitten de muziekvereniging en de toneelclub. ‘Zijn deze kapstokken uit mijn tijd?’ vraag ik. Nee, die zijn van later. Goed zo, ik herinner ze me namelijk niet.

Daarna loop ik nog even door naar de ijsbaan. IJsbaan in januari, bij een graad of 10. Het water rimpelt in de zuidwestenwind, eenden vliegen op. Ik maak een foto. Het is heel leeg in de kantine van de ijsclub, die gedeeld wordt met Onderhands, de jou de boule-vereniging. Overal op de banken ligt troep. De banken zijn opslag geworden. Onvoorstelbaar dat hier deze winter nog geschaatst zal worden.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s