Mopperdingetje

Ik ben het zo ontstellend beu. Zit ik hier weer in de Eifel, sneeuwt het, en afgelopen nacht vroor het ook. De bedoeling was: hop naar het zuidoosten en aan de slag! Genieten van de sneeuwklokken en narcissen en de irisjes. Nou, de sneeuwklokken hangen erbij alsof ze nergens zin in hebben (die hebben enorme vorst gehad en vervolgens – in mijn afwezigheid – een milde periode, en ze kunnen wel wat hebben, maar nu is het gewoon op, alle bloemetjes verfrommeld) er is geen narcis te zien en de paarse irisjes zijn bedekt door de sneeuw. Ook de winterakonieten zijn nooit mooi geweest (als op de afbeelding) en nu is er helemaal niks meer van over. Ik wilde de tuin voorjaarsklaar maken, troep opruimen, knippen, antivorstblad verwijderen. Ik wil zon, ik wil warmte! Ik kan gewoon niet meer. Ik heb vreselijk zin domweg de hele bliksemse boel te verkopen en opnieuw te beginnen in een milder klimaat. Vuil, smerig, grijs, koud rotweer! De tulpen staan al een maand of anderhalf in precies dezelfde stand! Geen centimeter komt er bij, geen enkele aandrang uit te botten. Natuurlijk hebben ze daar geen zin in! En ik kan er niet eens over schrijven, want overmorgen verschijnt de allerlaatste Eifeltuincolumn in Trouw.

Gisteren scheurde ik op de kont uit mijn favoriete spijkerbroek. In de boemel van Keulen naar Trier, en het kwam omdat ik de veter van mijn rechterschoen opnieuw strikte. Gelukkig heb ik een jas die tamelijk lang is. En gelukkig zat in mijn tas een andere spijkerbroek, die nu dus de enige broek is die ik hier heb. En nog eens iets: waarom duren de winters tegenwoordig zo ellendig lang? Dat was vroeger toch helemaal niet zo? En waarom heb je het, naarmate je ouder wordt, steeds kouder? Is dat waarom al decennialang ouderen in de winter naar zuidelijker streken trekken? Volgende week moet ik naar Dresden. Moet, ja, ooit afgesproken en als het dan eenmaal zo ver is, denk je bij jezelf: ‘waarom in godsnaam?’ Je zal zien – Dresden ligt een enorm eind naar het oosten – dat het daar dan nog Siberisch is, dat je – ik – dus niet eens lekker door zo’n stad gaat flaneren om alle ‘bezienswaardigheden’ te bekijken. In ieder geval kan ik er een nieuwe broek kopen. Maar ik ben mooi wel in totaal zestien (16) uur onderweg. Wat een ellende allemaal, en dan heeft de Duitse Netflix ook nog Hinterland niet en zag ik beide jaargangen van The Crown al twee keer en lees ik De avond is ongemak, wat iedereen zo’n goed boek vind, maar ik vind het ronduit akelig en deprimerend. Dat is een gevoelsoordeel, geen literair oordeel. Kan iemand me een opbeurend, grappig boek aanraden? Dan bestel ik dat wel bij Bol.com, die bezorgen ook vast in Duitsland.

Zo. Nu ga ik de badkamer soppen. Daar is tenminste vloerverwarming. En ik ga er heel lang over doen. Misschien ga ik er wel gewoon liggen.

De radio

Het hondje van Andrea van Pol is 17 jaar oud. Doof en langzaamaan ook wat blind. Het woord ‘dement’ viel. Ik aaide haar, ze zat aan de presentatietafel vastgebonden. Op een bepaald moment beet ze in mijn vinger. Omdat ze dacht dat die iets was om te eten. Het was in De Franse Kamer van VondelCS. Andrea gaf haar vlak voor de uitzending begon twee zoute stengels, die ze verslond. Doof, schrijf ik, maar toen de dames van Duo Delibes live muziek begonnen te maken, op piano en viool, begon het hondje te janken, alsof ze reageerde op de snerpende vioolklanken. Het klonk intens zielig, het was of het hondje, dat steeds meer in zichzelf gekeerd raakt, ineens een uitgang hoorde en ze hield niet op toen de viool al uitgezongen was. Mij was een vraag gesteld, maar Andrea hield zich bezig met het hondje, en de twee productiejongens die er waren zaten ook bij het hondje, de twee Spaanse meisjes van Duo Delibes keken stil toe. Ik zat in het luchtledige te praten. Dat is vreemd, in een luchtledig praten tijdens een radio-uitzending, ik raakte de draad kwijt, wist niet wie ik aan kon kijken. Bijna zei ik: ‘Het hondje van Andrea van Pol heeft het even moeilijk, al onze aandacht is op het dier gericht.’

Ik hou enorm van radio. Ik hou niet van tv, dat kan iedereen die naar de VPRO Boekenweekspecial kijkt aanstaande zondag vast zien. Van pure zenuwen gooide ik er voor aanvang van de opnames tijdens het buffet drie glazen witte wijn in. Het plan was twee, maar die derde had ik blijkbaar ook nog nodig. Als je op de radio bent, ziet niemand je. Je kunt raar kijken, je kunt je vingers opsteken, je kunt proberen een hondje rustig te krijgen zonder dat iemand er iets van merkt. Ik weet ook dat het weinig doet, radio. Dat je niet ineens 200 extra boeken verkoopt door een radio-optreden. Er luisteren niet bijster veel mensen naar de radio, en dan is het ook nog zo dat er programma’s zijn waar bijna uitsluitend diehards naar luisteren. Misschien vind ik het juist daarom wel zo leuk. Je maakt iets ter plekke met heel weinig mensen en wie luisteren wil, luistert.

Alleen als er een dj begint te huilen omdat hij zich zo depressief voelt, haalt de radio de tv en overige media. Waaraan je ook maar weer eens merkt hoe weinig literatuur ertoe doet. De beste schrijvers – Matt Haig, Erik-Jan Harmens, Stephen Fry – kunnen boeken vol schrijven over psychische klachten, het haalt de tv en overige media niet of nauwelijks. Ik dacht stilletjes bij mezelf: ‘het zal wel meevallen met die jonge dj, hij moest huilen, en als je echt depressief bent, is huilen iets wat je niet voor elkaar zult krijgen’. Ik dacht dat met opzet stilletjes, omdat ik weet dat het voor iedereen anders is, ik niet het recht heb zoiets hardop uit te spreken. Bovendien had hij het nadrukkelijk over de eenzaamheid die hij ervoer, en daarmee sloeg hij een algemene spijker op de kop. De eenzaamheid, en niet begrijpen hoe andere mensen erzonder door het leven gaan.