Ba-Ta-Clan [Trouw, 25.1]

Ik was dus in Parijs. Met man en hond. Het waaide er ongelofelijk hard. Overal op straat liepen zeer chagrijnige oudere vrouwen. Iedereen praatte er Frans. Hond Floris ontmoette op de stoep een lief hondje, maar ze stonden in de weg van een hardloper. Die was ook enorm chagrijnig. Hij hief zijn handen ten hemel van ongeloof dat wij hem de weg versperden. Veel mensen liepen er – net als onlangs in Bordeaux – met de kop van hun elektrische tandenborstel in hun oren en ze spraken in zichzelf. Frans vanzelfsprekend. De uitgever was erg druk op whatsapp. Wij moesten zelf maar zien wat ons het beste uitkwam, qua eten, wanneer we maar wilden en wat we maar wilden. ‘Ja,’ zei ik tegen man, ‘en moeten wij dan zelf ons eigen eten betalen als we niet met hem gaan lunchen of dineren?’ (Er is momenteel een AH-reclame op tv te zien met Frenkie de Jong erin, dat was een voetballer van Ajax en nu van Barcelona. Hij zit met Oranje-collega’s te signeren in een supermarkt en krijgt van een AH-medewerkster een kartonnen kopje koffie. Zegt ze: ‘Als jullie nog meer koffie willen, kun je dat daar pakken.’ Wat?! Die jongens zitten voor niks waarschijnlijk een voetbalplaatjesboek te signeren en dan moeten ze ook nog hun eigen koffie pakken?! Koffie in een kartonnen bekertje?! Deze wereld is gek geworden.)

In Parijs werd al ongeveer vijftig dagen gestaakt. Spoorwegmedewerkers bijvoorbeeld kunnen het niet verkroppen dat hun pensioengerechtigde leeftijd niet langer 52 jaar blijft. De CAO is afgesloten in de tijd dat er nog kolen geschept moesten worden. Wij reisden twee keer met metrolijn 1. Die heeft geen bestuurder en kan dus ook niet staken. Het was de enige metrolijn die reed. Hij bracht ons in de buurt van de Notre Dame, die wij eens gingen inspecteren. Nou, veel is daar niet mis mee. Dat hele ding staat er gewoon nog, er moet alleen een nieuw dak op. Waarom doen ze daar zo moeilijk over? Omdat de stad één grote file was, stonden we een uur onder de luifel van café Sarah Bernhardt – het regende keihard – te wachten op de uitgever die in een taxi voor zou komen rijden die ons naar een boekhandel zou brengen. Die taxirit duurde ook nog eens drie kwartier. We kwamen een uur te laat in de boekhandel aan. Er waren nog mensen. Een oudere vrouw zei dat ze mijn boek veel te triest vond. Hoe ze dat wist, wilde iemand weten. Het boek was juist die dag uitgekomen. O, ze had er even in gebladerd tijdens het wachten. Ze was gaan staan en blokkeerde het zicht van de andere bezoekers. Ik gebaarde haar steeds met mijn hand aan de kant, maar steeds keerde ze weer terug naar het middelpunt. ‘Maar u bent helemaal niet triest of treurig,’ zei ze. ‘Kijk eens wat een leuke kleren u aan heeft!’

Na het avondeten – met de uitgever en mensen van de boekhandel, die me beloofden dat ze ongelofelijk veel boeken van mij gingen verkopen – was het tijd terug te keren naar het hotel. We gingen met een taxi. Op een gegeven moment stond die stil voor een rood licht. ‘Kijk,’ wees man. ‘Bataclan.’ We stonden er pal voor. Het werd stil in de taxi. Daar binnen waren 89 mensen vermoord. Het licht bleef lang rood. De zaal is vernoemd naar Ba-Ta-Clan, de eerste succesvolle operette van JacquesOffenbach uit 1855, een grappig stuk, een satire op de politiek en operaconventies van die tijd. Het licht sprong eindelijk op groen. We konden verder. Wij wel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s