Man over de vloer

Amsterdam. Gisteren hadden we de laatste man over de vloer. Eigenlijk twee, maar de chef vertrok al snel, nadat hij mij verteld had dat ik sprekend leek op iemand die hij kende, iemand op de Rozengracht. Of dat familie van mij was? ‘Nee,’ zei ik, ‘ik heb geen enkele familie in Amsterdam.’ De man die achterbleef, een wat oudere man die heel slecht Nederlands sprak, ging de wand in de slaapkamer stuken. Dat duurde heel erg lang. Af en toe vroeg ik fluisterend aan M: ‘Is hij binnen?’ Hij moest telkens wachten tot een laag droog genoeg was. ‘Ga toch naar buiten,’ zei ik dan. ‘Even lekker roken.’ En dat deed hij. Hij wilde maar één kopje koffie en beëindigde het werk door op zijn knieën de lange gang met een nat doekje af te nemen. Voorlopig is het even klaar met mannen over de vloer. Later komt er nog een nieuw keukenblok. Later.

Ik lijk altijd op iemand. Of beter: vroeger leek ik heel vaak op iemand. Naarmate ik ouder word, wordt me nauwelijks meer gezegd dat ik op iemand lijk. De bekendste twee waren altijd Jan Lenferink en Wim Kieft. Waarschijnlijk groei je met het klimmen der jaren uit elkaar, qua gelijkenis. Ik lijk wel heel erg op zo’n beetje al mijn broers. Vooral de oudste, ik schreef er al eens over geloof ik, zou ik zo een lezing kunnen laten doen. Misschien moeten we dat over 13 dagen eens uitproberen. Dan heb ik een lezing in Zuid-Afrika. Jammer genoeg vanwege, nou ja, dat weten we nou wel, niet in Zuid-Afrika zelf. Ik houd mijn hart ervoor vast, want ik krijg steeds ‘generieke’ mails, aan alle deelnemers gericht, en in één van de bijlages kwam ik erachter dat de mijne op 23 november is. Maar persoonlijk weet ik dat dus nog niet en hoe het aangepakt gaat worden evenmin. En ik geloof dat ik het gratis doe, maar zelfs daarvan ben ik niet zeker. Nog een reden om het mijn broer te laten doen.

Gisteren zouden mijn vader en moeder hier komen kijken, maar dat is niet doorgegaan. Zij gaven mijn zus – de chauffeuse – de schuld, mijn zus gaf mijn ouders de schuld. Dat waren grappige telefoongesprekken. Ik ben er nog steeds niet achter waar de waarheid ligt. Ook allemaal ten gevolge van, nou ja, dat weten we nou wel. Mijn vader had al gevraagd of de ‘auto wel tot aan de voordeur kon komen’,  alsof je je in Amsterdam altijd door een mensenmassa heen moet werken om ergens binnen te geraken. Hun kat is doodgegaan. Sisi, een oeroud beest. En doodgaan in de polder betekent: verdwenen in een verre uithoek. Sterven zonder toeschouwers.

3 gedachten over “Man over de vloer”

  1. Een kat ‘verdwijnt’ niet om te sterven. Een kat denkt niet aan sterven. Als een kat zich ziek voelt of pijn heeft, en dus kwetsbaar is, zal zij/hij intuïtief een veilige plek zoeken om niet ten prooi te vallen aan roofdieren of ander onheil. Veel dieren doen dat trouwens ook. Het geldt in mindere mate ook voor slapen. Zelfs het onder een deken/dekbed of laken slapen bij mensen is daar een overblijfsel van.
    Ik hoop dat Sisi snel en rustig heengegaan is. Want sterven zonder toeschouwers lijkt mij wel wat, maar langdurig pijn hebben of je rot voelen zonder dat iemand je kan helpen omdat je weggekropen bent niet.
    Sterkte voor je ouders. Ze zullen Sisi erg missen als ze zo lang bij hen is geweest.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: