Rode auto van de weg

De A60 is weer eens gesperrt. Afgelopen maandag was dat ook al het geval, toen werd met een enorme kraan een Spaanse vrachtwagen vol groente geborgen, die twee dagen eerder vanwege sneeuwval een schuiver had gemaakt. De A60 is zo’n beetje de enige Autobahn in de Eifel, maar ook weer niet, want delen ervan zijn driebaansweg. Zo’n weg waarop je twee kilometer lang inhalen mag, en daarna weer twee kilometer het tegemoetkomende verkeer. De Eifel staat erom bekend dat het de enige streek in heel Duitsland is waar géén Autobahn is. En daarom ziet de rest van Duitsland het als een achtergebleven gebied, een vergeten gat, waar je nog niet dood gevonden wil worden. Wat er nu aan de hand is kan ik niet achterhalen. Ergens is een af- of toerit dicht en daarom komt al het verkeer, dat voornamelijk bestaat uit vrachtwagens, bij ons langs om twee kilometer verderop, bij Kreuz Waxweiler, op de A60 te geraken. Het is dus heel erg druk momenteel. Er is blijkbaar van alles af- of aan te leveren. Nu, in de winter, is het niet zo erg, maar in de zomer zijn zulke omleidingen geen pretje, vooral niet als we op het loungeplateau, in de schaduw van de oude peer en de kroosjespruim een tukje willen doen. Maar ook omdat hondje Floris boos is op elke LKW die langskomt en dan hard gaat blaffen.

Nadat we de Duitse Netflixserie DARK af hadden gekeken, zijn we begonnen aan Bridgerton. Geweldige serie. M. zei op een gegeven moment: ‘Wacht eens even, dat strijkje dat daar zit te spelen, speelt een of ander popliedje maar ze doen net alsof ze vroeg 19e eeuwse klassieke muziek zitten te strijken.’ Van Naema Tahir mag dat niet, schreef ze vanochtend in Trouw. Die wil ‘historisch correcte verhalen’ zien. ‘The Crown en Bridgerton kunnen me gestolen worden.’ Ik vind het wel verfrissend. Een meesterzet is de voice-over: de schrijfster van pamfletten, een soort roddelrubriek avant la lettre, spreekt de door haar geschreven teksten uit, wat de voortgang van het verhaal lekker op doet schieten. En de volledige vanzelfsprekendheid waarmee bijna de helft van de cast door zwarte acteurs wordt gespeeld. De actrice die Lady Violet Bridgerton speelt (Ruth Gemmell) lijkt sprekend op Maike Meijer, de actrice uit Toren C en de Jumbo-reclames, schrijfster van de bestseller Wen er maar aan, een dagboek van een werkeloze actrice. Nog vier afleveringen te gaan.

Terwijl ik dit schrijf, is er ook nog eens een ongeluk gebeurd op de hoek. Zo te zien heeft een vrachtwagen een rode personenauto van de weg gedrukt. Er lopen mannen druk bellend rond in de wegsmeltende sneeuw, een witte vrachtwagen staat met de cabine deze kant op stil, midden op de L5. Er gebeurt altijd wat in de Eifel.

Ik bemoei me ook eens met corona

Er is iets wat ik niet goed begrijp. Waar nooit over gesproken wordt aan talkshowtafels. Wellicht omdat het iets is waar niemand zijn vingers aan wil branden. Het is in dezelfde categorie als zeggen dat mensen niet meer dan twee kinderen hoeven te krijgen. Als iedereen twee kinderen krijgt, zal de wereldbevolking langzaam afnemen, en dat komt deze aarde alleen maar ten goede. Maar je mag het niet zeggen en je mag echtparen die vijf kinderen nemen die drie ‘overtollige’ kinderen niet ontnemen. Ik merk bij mezelf een groeiende ergernis als ik op tv gezinnen zie met heel veel kinderen. Ergens vind ik het asociaal. Maar nogmaals: zoiets mag je niet zeggen, je mag het hooguit denken. Het is letterlijk onbespreekbaar. Het wordt dan ook door (vrijwel) niemand aangedragen als oplossing voor allerlei problemen.

Nu wil bijna iedereen, met kinderen, zo snel mogelijk de scholen weer open. Want als de scholen open zijn, zijn de ouders van die kinderen af en kunnen ze hun normale leven weer oppakken. Ergens begrijp ik dat wel, ik zou ook niet staan te springen om mijn normale leven op te moeten geven. Maar kinderen en jongeren spelen in deze pandemie een belangrijke rol. Ze worden dan zelf wel niet of nauwelijks ziek, ze brengen de ziekte wel over. En dat is nu juist waar ‘we’ al bijna een jaar tegen vechten: het reduceren en uiteindelijk elimineren van de besmetting. Waarom moeten die kinderen dan naar school? Waar ze opeengepakt zitten en waar de regels die voor volwassenen gelden níet gelden? Ze lopen het op en besmetten vervolgens ouders en anderen, wat dus niet de bedoeling is. Hier zit mijn onbegrip. Mede gevoed door onzekerheid: ik denk het, maar waarom zegt niemand er iets over? Ben ik nou gek?

Of is dit ook onbespreekbaar? Mag of kan je kinderen niet de beperkingen opleggen die volwassenen wel opgelegd krijgen? Is het ondenkbaar dat gezinnen twee weken lang geen enkel contact hebben met anderen? Ik meen dat ik dat Gommers lang geleden heb horen zeggen op de tv: ‘Geen enkel contact, twee weken lang, dát is de manier om zo’n virus de pas af te snijden.’ Want zelfs nu de scholen dicht zijn, kunnen en mogen – als ik het goed begrepen heb – kinderen wel gewoon omgaan met hun vriendjes en vriendinnetjes. Dat schiet natuurlijk niet op, dan kun je net zo goed meteen de scholen weer open doen. Kinderen hebben automatisch een gezin, ze zijn niet eenzaam en alleen. Dan moet je toch in staat zijn twee weken in afzondering te leven? Met de tv, spelletjes, boeken, internet, met een beetje geluk een achtertuintje. En ja, ze kunnen niet hun vriendjes zien, maar ik kan mijn vriendjes ook niet zien. Want die vriendjes zijn nu juist het probleem in de verspreiding van de ziekte. Of ben ik een cynische ouwe homo zonder kinderen? Waardoor ik niet na kan voelen hoe de leef- en denkwereld van die kinderen is? Dat kan zijn, maar het komt mij zo langzamerhand allemaal voor als het spreekwoordelijke dweilen met de kraan open. Of het vegen van de keukenvloer tijdens een zandstorm.

Pimpelmezen en prikkeldraad

De Nims staat op het punt van overstromen. De tuin van Monty Don, in Herefordshire, is al overstroomd, zag ik op Twitter. Smeltsneeuw, en afgelopen nacht regen. Het is natter dan nat, het gazon is één grote modderpoel, mede veroorzaakt door de glij-, ren- en remsporen van Floris. De keukenvloer ziet eruit als een zwijnestal en juist nu ligt er boven in de woonkamer een nagelnieuw tapijt, helemaal door DHL overgebracht uit Zweden. Ik snap nu, bij nader inzien, ineens veel beter mijn moeder die vroeger zo afgaf op de hond. Altijd die vieze poten en niemand van ons die ooit eens een sopdoek in de hand nam. Iets anders dat door de post gebracht werd, was een pakket Kakkerlakjes. Ontfrommelde pimpelmezen heet het betreffende Kakkerlakje. Drie ‘troostende’ vogelverhalen, met illustraties van Noortje Rap. Ik ben meteen gaan versturen (maar nu zijn helaas de postzegels op). Ze worden namelijk geleverd met enveloppen, het zijn boekjes als wenskaarten, normaal gesproken te koop in boekwinkels en Bruna’s enzo. Maar die zijn dicht! Gelukkig kun je ze ook via internet bestellen en wel hier.

De sneeuwklokken zijn witgepunt onder de sneeuw vandaan gekomen. Op de heuvel tegenover het huis liggen nog wat plakken sneeuw, maar dat is een noordflank. De wei achter het huis is in een muizendoolhof veranderd: duizenden holletjes en tussen die holletjes uitgesleten paadjes. Floris verliest elke interesse in de rubberen bal als we daar zijn. Vorig jaar heeft ze namelijk een keer een muis gevangen en nu denkt ze dat ze elke keer als ze daar is een muis kan vangen. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Eergisteren hadden we weer eens een ongelukje. Ze had de rubberen bal van grote hoogte in de woest stromende beek laten vallen, dus die was voorgoed kwijt. Uit frustratie begon ze toen woedend tegen de beek te blaffen, wit water windt haar erg op. Ze rent dan hele stukken met het water mee, springt er soms middenin om het bruisende water te grijpen. Maar tijdens een van die sprintjes knalde ze keihard tegen prikkeldraad op. ’s Avonds lag ze tijdenlang een zere plek te likken en ze weigerde bij me te komen liggen op de bank. Nu is alles weer in orde. Het was gelukkig veel minder erg dan de vorige keer, toen moest ze gehecht en liep ze twee weken met zo’n onhandige plastic kap op haar kop.

Je krijgt weleens commentaar op zo’n hond, dat ze achter van alles aangaan. Ik zeg dan altijd maar: ‘Het zijn prooidieren (reeën, eenden, katten, muizen, eekhorentjes), het is juist goed dat die hond achter ze aangaat, dan blijven ze in conditie.’ Maar ook ik vind het het fijnst en rustigst als ze achter een beekje aan gaat. 

Verheugende waarneming

Afgelopen week zag ik voor de tweede keer een grote zilverreiger opvliegen tijdens het dalrondje. De eerste keer was ergens vorig jaar en toen vlogen er twee op: die witte samen met een blauwe. Dat vond ik spannend. Stel nou dat die twee samen kleintjes krijgen? Hoe gaan die er uitzien? Was dat het begin van een nieuwe reigerondersoort? Dit keer die ene. Ik denk dat hun opmars hier in de Eifel nu ook niet meer te stuiten is. Het dalrondje trouwens is de enige wandeling hier die min of meer vlak is. En dus erg geliefd bij bezoek, die hebben niet altijd zin in al die bergen. Bijna vijf kilometer lang en steeds zie je het pad aan de overkant liggen, zo smal is het dalletje waar de Johannisbach doorheen stroomt.

Goed, een grote zilverreiger, dat is al normaal tegenwoordig. Maar vreemd is dat ik op 27 december en op 12 januari grote groepen kraanvogels zag en hoorde overvliegen. M. kwam gisteren thuis met een foto van enorme pootafdrukken in het verse laagje sneeuw dat op het dalrondjespad gevallen was. Dat is het vreemde. Kraanvogels trekken in het voorjaar noordwaarts en in het najaar zuidwaarts. In de winter horen ze hier niet. Ik heb het geloof ik wel vaker geschreven: als je even vergeten bent in welke tijd je leeft, kun je aan de kraanvogels zien wat voor jaargetijde eraan komt. Op dit moment horen ze in Spanje of Portugal te zijn, een heel enkele misschien in Noord-Afrika. Ze horen zeker niet hier te zijn. Ik geloof niet dat ze erg veel last hebben van vorst of sneeuw, het zijn geharde vogels, maar daar in het zuiden zal in de winter het leven zeker gemakkelijker zijn. In de zomer broeden ze in Polen of Rusland.

Afgelopen zomer zag ik op een weiland in de buurt van Prüm ook een kraanvogel. Helemaal alleen, rustig foeragerend. Toen hoorde dat dier dus in Rusland te zijn, maar hij/zij deed net alsof het de doodnormaalste zaak van de wereld was. Betekent dat nu dat de kraanvogel langzaam bezig is van (delen van) de trekroute een standplaats te maken? Dat we ze steeds vaker hier het hele jaar door gaan zien, en dat ze hier misschien wel gaan broeden? Het begint er met deze wintervogel wel op te lijken. Leuk, hoor. Een groepje kraanvogels rondom het vogelvoederstation. Dat is weer eens wat anders dan die ordinaire boomklevers.

Goddank weer een jaar beschermd

Merel, koolmees, pimpelmees, matkop, roodborst, boomklever, vink, goudvink, ringmus, middelste bonte specht. Dat was de opbrengst van een uur vogels tellen afgelopen zaterdag. De dag erop zag ik de inwonende winterkoning, elders in de tuin. Een winterkoning komt nooit op het vogelvoederstation. Waarom niet? Geen idee. Misschien is hij bang van de andere vogels die allemaal een stuk groter zijn. Misschien omdat hij die extra voeding niet nodig heeft. De Vlaamse gaaien die altijd op de loer staan telde ik niet mee. Dat heb ik van mijn vader. Vlaamse gaaien zijn gemene vogels. Net als eksters. En ik mag helemaal niet ‘Vlaamse gaai’ meer schrijven. Het is tegenwoordig ‘gaai’. Roodborst. Winterkoning. De verkleinuitgangen zijn ook geschrapt. Onlangs tweette ik nogal bozig naar Monty Don. Hij had het over een zeldzame matkop, alleen in Engeland voorkomend. Welnee, zei ik, afgaande op de foto. Dat is een ordinaire matkop. Net zoals ‘jullie’ (ja, dan kunnen die Britten het ook krijgen) de alpenkraai ‘Cornish Chough’ noemen. De arrogantie! De splendid isolation die er nog altijd volledig zonder reden doorheen schemert! Ik kreeg geen antwoord.

Verder maakte ik me nogal zorgen. Vanwege corona kwamen de Sternesinger niet aan de deur. Dat zijn als driekoningen verklede kindertjes die een liedje zingen en als ze klaar zijn met zingen houden ze een collectebus op. Daar moet je geld in stoppen, meestal voor kindertjes in Afrika. Maar ze doen nog iets. Ze vernieuwen de christelijke bescherming van je huis. Nu nog staat er op de deurpost 20*C+M+B+20. Dat klopt niet meer natuurlijk, dat is oude bescherming. Een oude zegening. Ooit heb ik hier verklaard dat C en B en M de initialen zijn van die drie koningen. Dat was gelogen. Het komt mooi uit, maar het betekent toch echt Christus Mansionem Benedicat. Christus zegene dit huis. Gisteren stopte er een auto bij de poort. Doris uit Feuerscheid stapte uit. Zij is de vrouw die elk jaar met die drie kindertjes aan de deur komt. Nu had ze wat papieren in haar hand. Een sticker met 20*C+M+B+21! En een acceptgiro. Voor kindertjes in Oekraïne, die nog altijd lijden onder het gewapende conflict in 2014. Ik zal zo de nieuwe sticker over de oude plakken en daarna fluks geld overmaken, want ik heb toch vaag het gevoel dat die zegening niet werkt als er niet gedokt is.

Vandaag regent het, met zo nu een dan een vlok natte sneeuw. Alles is schlammig, zo her en der in de tuin nog een rest sneeuw. Floris maakt met haar apporteerpoten alweer gaten in het grasveld. Gisteren liepen we tien kilometer in een nog maagdelijk sneeuwlandschap. 14.000 stappen. De komende dagen gaat het weer vriezen, ook overdag. De inhoud van het houthok slinkt snel. Drie verse flessen Auchentoshan en een Duitse serie op Netflix, die apart genoeg Dark heet. 

Weg met die kerst!

De kerstspullen zijn weggeruimd. De kerstster ligt in een la van het rode dressoir, de kerstboom van hazelaartakken is ingeklapt, de lampjes liggen nu onder het vogelvoederstation. Het sparretje dat in de hazelaardriehoek stond, staat tijdelijk in een kale border. Het houten kerstboompje is van de woonkamer verplaatst naar de ijzeren kast in de Hauswirtschaftsraum. Weg met die rommel. In december weer, en dat duurt nog heel erg lang. Ondertussen is het hier nog steeds wit, vandaag valt er motsneeuw, maar op het weiland op de berg is het zo dik dat Floris daar voor poolvos kan spelen. Ik wil zo nog een keer daarheen om een filmpje te maken, en dan maar hopen dat die hond nog eens gekromd hoog op wil springen en met haar snuit vooruit de sneeuw in wil duiken. De Brachyglottis greyii bezwijkt haast onder de last, maar tegelijkertijd beschermt de sneeuw de struik tegen de vorst. Komende nacht wordt het -7. Vanochtend, in de auto onderweg naar Prüm om boodschappen te doen, zag ik hoe zwaar sneeuw is, en begreep ik dat complete sparren omknakken: de van de voorruit afgeschoven sneeuw bleef zelfs bij 80 kilometer per uur gewoon op de motorkap liggen.

De Weihnachtslichtschlauch brandt op een heel aparte tijd, ergens diep in de nacht. Dat is omdat hier tijdens Oud & Nieuw de stroom er zes uur af is geweest. De timer is van slag. Eigenlijk moet de slang van het houthok af, maar als-ie brandt is er genoeg licht om er ’s avonds nog met enig fatsoen brandhout weg te halen. Gelukkig schoven wij in Friesland van het ene in het andere jaar. Daar was de stroom er niet af. Wel was er buitensporig veel vuurwerk, wat ik niet begreep, want je mocht het niet kopen en het mocht niet verkocht worden. Waarschijnlijk hoorden we ook de oerknal die die gierkar vol carbid in Joure maakte, en waardoor al die ruiten van dat hotel sneuvelden.

Morgen ga ik een uur lang naar het vogelvoederstation staren. Het is hier vogeltelweekend, met speciale aandacht voor de Blaumeise, omdat die de afgelopen zomer die vreemde, dodelijke ziekte gehad hebben. Vandaag zag ik al het vrouwtje van de goudvink en de middelste bonte specht. Ik zou graag zien dat die morgen terugkomen want ik wil een zo divers mogelijk lijstje aanleveren. Petersons Vogelgids erbij om de Duitse namen te kunnen noteren. Ik verwen ze vandaag al extra, als lokkertje. Al twee keer gemengd zaad, een verse pot pindakaas en vier mezenbollen.

Twee pyjamabroeken

De citroenplant in de kamer van de therapeut, die sommigen wellicht kennen uit Knecht, alleen, heeft het overleefd. Hij stond er vanochtend tamelijk fris bij. Ooit fors teruggesnoeid, ter revalidatie in een trapgat met veel licht neergezet, en uiteindelijk dus weer teruggekomen op de schoorsteenmantel boven de sierkachel. Voor de allereerste keer zaten we niet aan de hoge tafel met het groene tafellampje en het klokje maar in het zitje. Er was geen opengeslagen map, geen papier, geen pen. We zaten als twee mannen gewoon tegenover elkaar in lage leren stoelen, elk met de benen over elkaar geslagen. Hij is er mee opgehouden, bijna. Nog twee of drie cliënten. En ik. Deze ene keer. Buiten was het intens koud geweest, deze hele winter was het nog niet zo koud. In zijn trappenhuis kwam een koudewolkje uit zijn mond, waarschijnlijk ook uit de mijne. Kat Otis was nergens te zien, want Floris zou meekomen, maar omdat die gisteren bij een ander bezoek zo ontzettend vervelend was geweest, liet ik haar thuis. De terugtocht was nóg kouder, vanwege tegenwind. Lege stad (voor het eerst in mijn leven fietste ik de Nieuwendijk af), dichte winkels, zinkgat bij de Munt, paarse neuzen, roerloos dobberende rondvaartboten.

We laten voor de verandering eens onze terugtocht naar de nog steeds besneeuwde Eifel afhangen van H&M en de post. Ik kocht twee nieuwe pyjamabroeken. Die dragen we niet ’s nachts, maar ’s ochtends, en soms tot ver in de middag. Dat deed ik gisteren en de levertijd bedroeg 2 à 3 dagen. ‘Haha,’ smaalde Trijntje van Tuinmaat Han, ‘veel succes ermee, ik wacht al anderhalve week op een bh!’ Daar dacht ik even over na, en berichtte toen terug: ‘Maar die kocht je niet bij H&M.’ Daar had ze niet van terug. 

Op de afbeelding iets waar ik mee bezig ben. Al jaren, maar de laatste tijd lijkt er wat schot in te komen en gisteren kwam ik boven de 40.000 woorden. Dan heb je eigenlijk al bijna een boek, en elk geval een novelle. Herkent iemand de man op de foto? Waarschijnlijk niet, hij is een piloot die betrokken was bij iets wat om de een of andere reden nauwelijks in ons collectieve geheugen terechtgekomen is, mogelijk vanwege andere heftige gebeurtenissen in dat jaar, waarschijnlijk vanwege andere redenen. 1977.