Tuinmeubelen

Onlangs zette ik iets op Twitter over Kees Smit Tuinmeubelen. Die hebben/hadden een reclame waar we helemaal niets van begrepen: iets met twee kinderen, misschien twee meisjes, misschien een meisje en een jongetje, dat is erg onduidelijk, maar waarschijnlijk wel met opzet gedaan omdat Kees Smit Tuinmeubelen woke zijn wil, en die twee komen een huis niet in. Als het goed is, is die reclame hier te zien. De muziek is onheilspellend, het waarom is wederom onduidelijk. De twee slagen erin in de tuin te komen. En dan komen de ouders thuis en de moeder kijkt heel bedenkelijk als ze ziet dat dochtertje en vriendje/vriendinnetje een hut gemaakt hebben van – neem ik aan – tuinmeubelen van Kees Smit. Onduidelijk is waaróm ze bedenkelijk kijkt. Dan gaan de ouders eten maken en krijgt alleen het dochtertje een bord met eten. Er reageerden wat mensen op die Tweet. Dat zij het ook niet begrepen. Vrouwkje Tuinman reageerde ook. Op een bepaald moment werd het twitteraccount van Kees Smit Tuinmeubelen erbij gehaald en kort daarop kwam er een bericht van Kees Smit Tuinmeubelen, via ene Mart. Dat hij het vervelend vond dat ik ‘deze indruk’ had gekregen van de reclame en dat hij het ging ‘doorzetten’ naar de ‘desbetreffende afdeling’ zodat het in de evaluatie meegenomen kon worden.

‘We maken een reclamebureau kapot!’ whatsappte Vrouwkje. ‘Ja!’ antwoordde ik. Gisteravond zaten we een tijdje op SBS6, dat is zo onze vroege zondagavondroutine. Eerst De Grote Verbouwing, een programma over het bouwen van huizen in Australië of Engeland waarbij het altijd fout gaat (rotweer, te weinig geld, ruiten van 10.000 dollar of pond die kapot vallen) en daarna VT Wonen Weer Verliefd op je Huis, met Kees Tol en vier interieurspecialisten, van wie Fietje (zij moet haast een zus zijn van Olga Zuiderhoek) en Frans (die draagt altijd heel aparte kleren, zie afbeelding) onze favorieten zijn. Dit natuurlijk met een gin-tonic erbij en héél soms chips. ‘Zeg,’ zei ik tegen M., ‘valt jou niet iets op?’ Hij dacht heel diep na. ‘Over dat baardje van Frans? Of dat echt is of niet?’ ‘Nee,’ zei ik, ‘we heb al dagenlang geen reclame gezien van Kees Smit Tuinmeubelen.’ Even voor de goede orde: er is natuurlijk helemaal niets mis met die tuinmeubelen. Er was iets mis met die reclame. En ik tik ‘was’, omdat ik toch heel sterk de indruk heb dat die reclame van de buis gehaald is. De komende dagen scherp opletten, hoewel dat wel betekent dat we dan tv moeten kijken in plaats van Netflix. 

Eunice

Eunice. Dudley. Dudley viel wat tegen, naar mijn smaak. Dan heb ik Corrie nog scherper in mijn geheugen. We zouden vandaag gaan rijden, tot ik zei: ‘Zullen we Eunice niet hier afwachten?’ Niet zozeer vanwege eventuele gevaren onderweg, maar om die storm mee te maken. In de Eifel is nooit storm, daar zijn alleen maar overstromingen. Die we dan ook nog missen omdat we uitgerekend dan in Amsterdam zitten. Dus ik keek naar Krol en Otterspeer en Verbij. Al die vreugde en al dat verdriet. Frustratie, boosheid, euforie en steeds maar weer deze Spelen de nadruk op de ‘enorme druk’ die de sporters door de natie opgelegd krijgen of die ze zichzelf opleggen. Krol op 1, Verbij op 30. Wij zitten voor de tv en roepen tijdens het genoeglijk sippen aan een glas gin-tonic: ‘Had je maar een ander vak moeten kiezen!’ Immers: niemand dwingt die sporters te doen wat ze doen. Tegelijkertijd kan ik dat ook keihard tegen mezelf roepen. Dat wachten op besprekingen, het Jantje-lacht-Jantje-huilt (De Groene Amsterdammer versus De Telegraaf), de stress, de druk, de spanning. ‘Had dan een ander vak gekozen!’ moet ik, al dan niet in stilte, tegen mezelf roepen. Gaat het boek een beetje lopen? Heb ik volgend jaar weer een beetje een inkomen? Waarom laat die-of-die, die dagen geleden meedeelde aan het lezen te zijn, me nou niet even weten hoe hen het vond? En dan voel ik toch weer mededogen met al die olympische sporters, en laat ik het – even – om naar de tv te roepen. En: iedereen heeft natuurlijk steeds maar te maken met druk, met verwachtingen. Op kantoor, op het ijs, in de boekwinkel, achter de koeien. Het verschil is dat sommigen in het openbaar beoordeeld worden en het overgrote deel van de beoordelingen achter gesloten deuren plaatsvindt.

Laat nu Eunice maar komen. Ik heb al boodschappen gedaan in een overvolle AH, want mensen zijn blijkbaar bevreesd, of er wordt ze angst aangejaagd. ‘Neem nou die grote fles (gin) maar,’ zei de Gall&Gall-verkoper. ‘Je moet de hele middag en avond binnen zitten.’ Ja, daar had hij waarschijnlijk gelijk in. Dus de grote fles ging de tas in. Het kan vriezen en het kan dooien. Het kan 9 zijn, of misschien wel 11. Je weet het allemaal niet. Buurman Klaus is niet vanochtend al beginnen te stoken. Hij stelt het uit naar morgenochtend. Ik ga nu snel nog even naar buiten met Floris. Over drie uur kan dat niet meer, dan zal ze wegwaaien.

Emotionele shorttrackers

Vreemd is dat, ik heb werkelijk helemaal niets te schrijven, terwijl je zou verwachten dat ik dat nu wél zou hebben. Niets. Het enige, wellicht, dat ik last heb van een Boven is het stil-gevoel. Dat hing in de lucht toen ik ergens afgelopen week naar de uitgeverij fietste. ‘Ik heb een Boven is het stil-gevoel,’ zei ik tegen Eva Cossee. Dat boek kwam ook in het vroege voorjaar uit en hoewel het op de avond van de presentatie nota bene sneeuwde, was het weer er omheen zoals het nu is. Narcissen, sneeuwklokken, nu eens een koud windje, dan weer heel voorzichtig een lauwig briesje. Vroeg voorjaar, alles ligt open, verwachtingsvol, straks komt de geur van mest vanuit het noordoosten aangewaaid vanuit Waterland. Ik heb er dan ook geen ‘last’ van, zoals ik hierboven schrijf, het is juist een heel plezierig gevoel. Ik ging naar de uitgeverij om vier herdrukken van vier boeken op te halen. Tegelijk met het nieuwe boek, zijn er een 6e, een 7e, een 13e en een 27e druk verschenen. Ik ben vooral blij met de nieuwe Juni, die voor het eerst in zijn/haar carrière de klassieke Cosseeomslagopmaak heeft. Ziet er erg sjiek uit, mede omdat alle vier de herdrukken mat zijn in plaats van glimmend. Floris ligt uitgeteld naast me, die heeft net tien minuten met een konijn zonder vulling gespeeld. Zo nu en dan deed ze met halfgeloken ogen sabbelen aan dat pluizige konijn, een soort regressieachtig gedrag. Ze weet niet dat we straks pas naar het Diemerbos gaan. Misschien had ze het, als ze dat wél geweten had, een beetje rustiger aan gedaan. Allerlei huilende shorttrackers op de tv, van geluk en van ellende, en een schaatsende Zweed, die ik aanvankelijk nogal sympathiek vond, maar die ik nu om onbekende redenen niet meer zo sympathiek vind. Hij lult te veel, denk ik. Te veel en te diep.

Enige en algemene kennisgeving

Als alles goed is, ligt vanaf vandaag het boek in de winkel. De uitlevering is vervroegd en dat had alles te maken met een uitnodiging, zo’n twee weken geleden, om er bij M over te komen vertellen. Dat had dan weer tot gevolg dat ik zo’n twee weken lang elke nacht voor het moeizaam inslapen allerlei gesprekken met mezelf aan het voeren was, met een iets verhoogde hartslag. Ik was aan het repeteren. Maar goed, nu ineens gaat dat niet door, ik meen vanwege ‘een iets te vol programma’, maar ligt het boek dus wél al in de winkel want een levering van het Centraal Boekhuis is heel wat moeilijker te cancellen dan een optreden in een talkshow. Mijn eigen M. en ik zullen morgenavond (als we het op kunnen brengen) scherp opletten wie er vanwege dat ‘volle programma’ niet uitgebonjourd is. Het is ook voorlopig meteen de laatste M, want daarna volgen twee weken Olympische Spelen. Ik hoor het om me heen regelmatig, hoe ‘literaire onderwerpen’ al snel sneuvelen vanwege andere veel belangrijkere onderwerpen, zoals corona of, eh, tja, wat is er tegenwoordig nog meer heel erg belangrijk? O ja, ik had in gedachten zelfs al een antwoord geformuleerd op de vraag wat ik vond van de blijf-ten-alle-tijden-met-je-tengels-van-vrouwen-af-kwestie. Goed, ik was er tamelijk ziek van, want met je harses op de tv levert hoe dan ook een fikse extra verkoop op, meer in elk geval dan met je stem op de radio. En die zenuwen ervoor, nou ja, daar moet je dan maar even doorheen bijten. Maar goed, klaar. ‘Loslaten!’ zegt M. en dat moet hij best vaak tegen me zeggen. Dat is in ons huishouden een gevleugeld werkwoord geworden.

Maar voor mensen die er geïnteresseerd in zijn: overmorgen MAX Nieuwsweekend (vroeg, want ook daar pikken de OS zendtijd in) dinsdagavond Opium, in de nacht van vrijdag op zaterdag Nooit meer slapen en zaterdagavond live, met publiek, en ook met Auke Hulst en Hanna Bervoets Het Kleine Grote Gebeuren in Groningen. Zaterdag overdag (dan heb ik het dus over 12 februari) een prachtig groot interview in de Belgische krant De Standaard. Dat kan en mag ik zeggen want ik heb het al gelezen. Sowieso is er in België (een land waar om de een of andere reden mijn boeken nooit zo aangeslagen zijn) een zogenaamde ‘Operatie Bakker’ gaande, door Toon van Mierlo, de nieuwe vertegenwoordiger van Cossee in dat land. Ik vind dat leuk. Hij heeft ook al twee optredens geregeld daar. ‘Goed bezig, Toon!’ mailde ik hem. ‘Ik doe het met plezier’ mailde hij terug. Toon (ook schrijver) en ik waren ooit samen in Boedapest, dus we kennen elkaar een beetje.

Oké, dit was de dienstmededeling. Als het goed is, ga ik er verder niets over schrijven of zeggen, waarover ik eerder dit al schreef. Ik hoop dat jullie allemaal het boek gaan kopen en lezen. Er zijn trouwens twee varianten: een gebonden versie en een paperback-versie, met van die flappen.