Gekke jongens, die Duitsers

Gisteravond waren we met het dorp uit eten. En zoals dat gaat, spraken we een groot deel van de avond over dood en begraven en cremeren. Ik heb hier geloof ik wel eerder geschreven over hoe het hier, in de Eifel, gaat inzake dood. Iemand gaat dood en het lichaam wordt in het algemeen zo snel mogelijk uit huis gehaald (of vanuit het ziekenhuis naar een crematorium vervoerd) en een paar dagen later begraven of volledig zonder plichtplegingen gecremeerd (waarbij de nabestaanden meestal niet eens weten wanneer), waarna de urn later begraven wordt. Dode lichamen in huis, daar hebben ze hier geen zin in. Gisteravond kwam het gesprek op de een of andere manier op ruimen. De begraafplaats in Lasel is erg leeg. Dat heb ik altijd vreemd gevonden, want het is niet een begraafplaats die pas tien jaar geleden is aangelegd. Maar nu begrijp ik waarom. Ruimen moet hier anders begrepen worden als ruimen in Nederland.

Als het recht op een plek verspeeld is, wordt de grafsteen verwijderd. Dat is het. Van ruiming is helemaal geen sprake. Dat betekent in het geval van Lasel bijvoorbeeld dat de grond vol ligt met beenderen van gestorvenen en niet op een centrale plek of in een ossuarium, maar gewoon overal. Ik begreep er niks van. Buurvrouw Margret, naast wie ik zat, gruwde van het idee dat er een plek zou zijn waar alle beenderen van geruimde graven verzameld werden. Ja maar, zei ik, stel nou dat jij begraven wordt, Margret, en dat Max na tien jaar (‘Nein! Nein!’), nou vooruit, zei ik, vijfentwintig jaar, klaar is met betalen van die plek. Dan wordt de steen verwijderd en dan ga ik dood en ik wil op die plek liggen. Dan lig ik bovenop jou, of na een tijdje zelfs tussen jou! Nou, dat vond Margret absoluut geen probleem. ‘Wat?!’ zei ik. ‘Dat kan toch niet!’ Ja maar, riposteerde ze, daar merk ik toch niks meer van? Het, in mijn ogen, gebrek aan consequent zijn verbijsterde me. Gruwen bij het idee van een ossuarium, maar mij bovenop zich krijgen geen enkel probleem vinden. ‘Maar dat is dan toch geen geruimde plek? Dat is toch geen schoon graf?’ Dat vond niemand van de buren een probleem en bovendien: wat was er na 25 jaar nog van iemand over? ‘Nou,’ zei M. ‘archeologen halen na honderden jaren nog botten uit kerken.’ Ach, wat, vonden de buren.

Het is hier ook verboden een urn in huis te hebben. Alleen als je de grens overgaat en je je in Nederland laat cremeren, komt er een urn terug. Het idee dat zoals bij ons thuis nu mijn vader gewoon is teruggekeerd in zijn kantoortje, is onbestaanbaar. Dat verbijsterde Margret dan weer. ‘Ja, maar,’ zei ik, ‘straks, als mijn moeder ook is gestorven, gaan we ze samen bijzetten. Het is ergens een soort van werk-, geld- en tijdbesparing.’ Dus, vroeg ze, er staat in een ruimte in het huis van je moeder een urn met daarin de as van jouw vader, haar man? ‘Jazeker,’ zei ik. Ze at verder van haar schnitzel, licht met het hoofd schuddend. Wat een idioten, dacht ze vast. Die rare Hollanders. 

3 gedachten over “Gekke jongens, die Duitsers”

  1. Hoe meer je over deze dingen gaat nadenken, hoe gekker de ideeën daarover kunnen worden. Beter dat maar niet doen dan.
    Wil jij zelf wel op je buurvrouw liggen na je dood?
    Overigens nog van harte gefeliciteerd met je verjaardag!

    Like

  2. Leestip: Als de rook om je hoofd is verdwenen: lessen uit het crematorium. – Doughty, Caitlin (1985-)

    Erg leuk blog Gerbrand! En dan wij maar zeggen dat Duitsers geen humor hebben. De dode dieren werden vast lekker opgepeuzeld die avond.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: