Deze wereld gaat eraan

Omdat we weer eens in de wagen zaten, kregen we een eindeloze reeks reclames te verwerken. Eén sprong eruit, vanwege doorgeschoten gekkigheid. De Primera Keuze Cadeaukaart. Vroeger, toen alles beter was, kon je een specifieke cadeaubon kopen. Als je even niet wist wat je iemand voor een blijde gebeurtenis kon geven, koos je daarvoor. Een boekenbon is ook een cadeaubon. Je weet niet met welk boek je de jarige blij kan maken (Waterdrinker of Weiers, Wieringa of Welagen, Geurts of Gerlach) dus kies je voor een boekenbon, dan mag de jarige het zelf uitzoeken. Nu dachten ze bij de Primera: ‘Wacht eens even, het kan natuurlijk nóg een stapje verder, voor de mensen die het écht niet meer weten!’ De Primera Keuze Cadeaukaart: daarmee heb je als ontvanger de keuze uit zo’n 100 cadeaubonnen! Die je dan vervolgens weer moet gaan inruilen voor een echt cadeau bij de HEMA, Intratuin, Zalando, Rituals of Ici Paris. Aan de cadeaukaart zelf heb je niets, daar kun je niets mee aanschaffen.

Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar wij houden zo zoetjesaan op met het heen en weer geven van dingen. Wij nemen een fles wijn mee naar vrienden waar we gaan eten, de vrienden nemen een fles wijn mee als ze bij ons komen eten. Regelmatig gaat dezelfde fles een paar keer heen en weer. Dat kun je dus net zo goed afschaffen. Voor verjaarscadeaus geldt hetzelfde, zeker als de ontvangers steeds maar ouder worden. Binnen de familie is dit zeker lekker rustig: nooit hoef je je hoofd meer te breken over een leuk of geschikt cadeau.

En o ja: wisten jullie dat het vandaag (en vorige week en komende dinsdag) Black Friday is? Dat is iets wat uit de Verenigde Staten is overgewaaid en het, dus, hier erg goed doet, net als McDonalds, Halloween of Mickey Mouse. Je kunt dan, als ik de tsunami aan reclames mag geloven, goedkoop spulletjes kopen. Het is de eerste dag na Thanksgiving en op die dag schijnen Amerikanen met hun kerstinkopen te beginnen. Maar wij vieren hier (nog) geen Thanksgiving (hoewel onze blinde overneemdrift voor alles wat Amerikaans is daar nog wel voor zal zorgen), dus die Black Friday slaat ook nergens op.

Grus grus/Quercus frainetto

Gisteren was hier een topdag voor wat betreft de kraanvogels. Ik maakte me al een beetje zorgen nadat iemand me vroeg dat het momenteel zeker weer trektijd was? Verrek, dacht ik toen, ik heb nog helemaal geen gekrijs gehoord. Maar goed, het zal daar in Siberië of bovenin Noorwegen ook vast nog lekker warm geweest zijn. Hoe dan ook: gisteren, de hele dag door, enorme V’s. Wel rommelig, dat moet gezegd; ganzen doen dat toch veel netter en zoals gebruikelijk pal boven ons dorp altijd die twijfel. Groepen die in tegengestelde richtingen vliegen, V-formaties die niet in stand blijven omdat alle individuele vogels zomaar wat doen. En wat mij altijd zo verbaast is dat die beesten nooit eens tien kilometer verderop langskomen. Dan zouden wij er niets van merken. Maar nee: altijd precies hier. Heel geruststellend. Doen wat je hoort te doen en al die mensjes daar beneden een gevoel van geruststelling geven. Nu ik er eens bij stilsta: waarschijnlijk komen ze tien kilometer verderop óók altijd langs: het zal een brede band zijn. Misschien moet ik schrijven: nooit eens vijftig kilometer verderop. En dan vandaag weer niets. Tot op heden (12:33 uur) geen kraanvogel gezien of gehoord.

In plaats daarvan voor het eerst in tijden weer eens de grote bonte specht op het vogelvoederstation. En de kuifmezen die aanvankelijk nogal bedeesd waren, hebben daar helemaal geen last meer van. Het is alsof ze de koppen geteld hebben en concludeerden dat ze de overhand hadden. Dan kan je gezamenlijk zelfs de boomklevers aan. Het is hier een natte november. Nat en zacht. Het grasveld is een modderpoel en dat is de schuld van Floris, die bij welk weer dan ook graag achter de blauwe stuiterbal aanrent en vanwege het natte gras telkens uitglijdt. Het grasveld is ook een broedplaats van ontluikende Hongaarse eikjes. Vrijwel elke eikel (en er zijn er duizenden omlaag gekomen, die ik lang niet allemaal heb kunnen verwijderen) loopt uit, ik vermoed ook vanwege het milde weer. Ik houd mijn hart vast voor komend jaar. Of misschien moet ik dat helemaal niet doen en domweg een Hongaarse eikenkwekerij beginnen! Die kan je namelijk lang niet overal kopen. Dan worden we schathemeltjerijk (M. gaat natuurlijk ook meewerken op de kwekerij en Floris kan mooi plantgaten graven) en doen we qua natuur en CO2 enzo ook nog eens heel goed werk. Een bord aan de weg: ‘Hier kauft man günstig Ungarische Eiche (Quercus frainetto)’. En mogen we best één of twee keer per jaar ergens heen vliegen zonder schaamte. 

Plastic hond, onder andere

Eergisteren hadden we in Feuerscheid de traditionele Sint Maartensoptocht. Waarom die op 12 november in plaats van 11 november is, weet ik niet. Misschien domweg omdat na zaterdag zondag komt en mensen die te veel gedronken hebben dan rustigjes hun kater kunnen verwerken. Wij stonden al klaar bij de brandstapel – die dit jaar naast de begraafplaats opgeworpen was – terwijl verderop in het dorp de plaatselijke fanfare steeds luider klonk. Bij de brandstapel stond ook een groepje kinderen dat niet meeliep in de lampionnenoptocht en zij hielden het niet langer: ze gooiden hun fakkels op de stapel, waardoor die al volop in lichterlaaie stond toen de optocht met de andere kinderen aankwam. Dat was niet de bedoeling. Langzaam verplaatste het hele gezelschap zich naar de brandweerkazerne. Ook dat was anders dan anders: omdat het gemeentehuis verbouwd wordt, kon de trekking van de loterij daar niet plaatsvinden. Zo’n beetje de voltallige vrijwillige brandweer was op de been. Zij spelen altijd een grote rol tijdens deze avond.

Op het moment dat iedereen op het plein voor de kazerne aangekomen was, en de fanfare nog een deuntje speelde, ging het brandalarm. Zo’n dramatische wending had niemand voorzien en er heerste dan ook even verwarring. Alle brandweerlui verdwenen, de brandweerwagens ook. Daarna ging dan toch de trekking van de loterij van start. Nog nooit heb ik iets gewonnen in die jaarlijkse loterij, terwijl ik altijd tien lootjes koop (als je dat doet, krijg je er twee gratis bij). Achter de lange tafels die in de schuifdeuren van de kazerne geplaatst waren, stonden zo’n vijftien kinderen die helemaal gek werden van de trekking. Als er iets opgenoemd werd wat ze graag wilden hebben, gilden ze. Als één van de vriendjes een barbiepop won, lachten ze die luid uit. Ineens werd mijn naam genoemd! Ik had een doosje playmobil gewonnen! ‘Hahaha,’ deed Doris, één van de vrouwen van wie ik de lootjes gekocht had en wier kleinkinderen (nogal verdacht) de ene na de andere prijs ophaalden. ‘Je kunt het aan iemand geven,’ zei ze. ‘O, ja,’ zei ik, en voor ik na had kunnen denken had ze de playmobil al uit mijn handen gegrist. ‘Für mein Enkelkind,’ zei ze. Ondertussen waren de brandweerlieden elders in het dorp bezig een schoorsteenbrand te blussen. Ik dronk glühwein en maakte een praatje met de Ortsburgermeister. Dat kan nooit kwaad. Suzanne, bij wie we na afloop zouden eten, won een sokkenpakket en Rinus en Lien, die er niet waren, wonnen gebreide handschoenen. Florian, de man van Suzanne, lid van de vrijwillige brandweer, was elders bezig met een kettingzaag het plafond van het huisje open te zagen. Hij zou het eten klaarmaken. Gelukkig wist ik ook hoe je lasagne maakt. Om kwart over tien aten we. ‘Dat vinden jullie lekker, hè,’ zei ik tegen Florian. ‘De boel kapotmaken als de brand geblust is.’ Ik treurde in stilte nog een beetje om mijn doosje Playmobil. Het was, had ik in de gauwigheid gezien, een verzameling dieren, waaronder een lichtbruine hond.

Lezing in wolvengebied

Na Weer eens een lezing volgden er nog drie. In Heerlen, Rotterdam en – gisteravond – Eerbeek. Meestal ben ik kapot na zo’n rijtje, maar ik voel me welgemoed. Heerlen was alleen al leuk omdat het samen met Anton Dautzenberg was, en de moeder van Anton, en twee zeer oude buurvrouwen van de moeder van Anton. Ik geloof niet dat de mevrouw die achter de kassa stond bij Van der Velden Van Dam wist wie ik was, want toen ik haar een hand wilde geven, vroeg ze: ‘Kan ik u helpen?’ In de trein terug bekokstoofden Anton en ik een snood plan: wij wilden de plek van Brommer op Zee innemen. Helaas stond er de volgende dag al op Tzum dat Eus dat ging doen. 

Ik was rond half negen thuis, lag na het eten van een bord mosselen een twee uurtjes op de bank en toen reden we in de auto naar Rotterdam. Ik dacht dat het een radio-interview zou zijn, maar toen ik binnenkwam in de zaal (zo’n halfonttakelde fabrieksachtige ruimte) bleek er zeer hip publiek te zijn en kreeg ik te horen dat het interview in het Engels zou zijn. Het was de Extra Extra Live Radio Night, maar dan niet op de radio, maar via internet. Extra Extra is een erotisch magazine. De interviewer en ik werden het erover eens dat erotiek veel beter en leuker is dan seks. Hij dacht trouwens dat ík een zoon van een kapper was. ‘No!’ riep ik. ‘I’m a farmers son!’ Het was wel aardig om weer eens middenin een grootsteeds uitgaansgebied te zijn, met allerlei mensen om je heen die daar rondlopen. We waren rond half drie ‘s nachts thuis.

Gisteravond reden we naar Eerbeek, Floris mocht mee, maar die lieten we wel in de auto toen we gingen eten bij de Stuyv Inn, want die hond is lastig te handhaven in een restaurant (en bovendien ligt Eerbeek op de Veluwe en op de Veluwe wonen wolven!). Er was een wachtlijst, want uitverkocht. Uiteindelijk mocht iedereen naar binnen. Zelden zo’n meewerkend en open publiek gehad, ik kan collega’s sterk aanraden daar ook eens een lezing te gaan doen. Opvallend veel mannen. Floris is een ideale lezingenhond. Ze blaft niet, scharrelt een beetje rond en komt uiteindelijk óf op mijn schoot terecht óf, zoals gisteravond, ze gaat pal voor me op de grond zitten en kijkt me een half uur lang ononderbroken aan. ‘Die hond is helemaal verliefd op je!’ zei Carmen, de enige bezoeker van Spaanse afkomst. Ze beloofde me in de pauze géen boek van me te kopen omdat ze gratis al Mevrouw mijn moeder van Yvonne Keuls gekregen had en ze wat ik uit De 3 bestaat niet voorgelezen had nogal stom vond. Maar zelfs Carmen vertrok uiteindelijk met een De Kapperszoon. Ze wilde wel nog even kwijt dat de foto op het achterplat erg lelijk was en dat ik er in het echt stukken leuker uitzag. Onderweg naar huis slaagden we erin twee zakken winegums te bemachtigen. Joost Vullings presenteerde Met het oog op morgen. Rond twaalven thuis. Gin-tonic.

Weer eens een lezing

We gingen naar Huijbergen. Terwijl we onderweg waren, groeide de avondspits van 200 kilometer uit naar duizend (1000!) kilometer file, zo’n beetje overal waar wij reden. We hadden geen winegums. Aangekomen in het dorp dat tegen de Belgische grens aan ligt, bleek eetcafé De Kroon dicht, terwijl dat op de website niet was aangegeven. Ik googelde naar iets anders, maar dat andere bleek gewoon een kroeg te zijn, waar twee mannen aan de bar een biertje stonden te drinken en de mevrouw achter de bar klaagde over personeelsgebrek. Ze hadden wel een tip, Cuisine in Wouwse Plantage, een dorp dat een kilometer of zes terug was. Wij verstonden Cuisine, maar het bleek Kwizien te heten. ‘Heeft u gereserveerd?’ werd ons bij binnenkomst gevraagd. Van die vraag gaan mijn haren meteen recht overeind staan, omdat na het ontkennende antwoord vaak volgt: ‘We zijn helaas volgeboekt.’ Ik ontneem die lui dan vaak hun ’sorry’ omdat ik dan al zonder een woord rechtsomkeert gemaakt heb. Nu echter was er wel een plekje. We bestelden vis, en zeiden dat we ‘een beetje haast hadden’.

Het echtpaar aan het tafeltje naast ons, dat daar al eerder zat, had nog niet eens een menukaart. ‘Maar ja,’ zei de vrouw, ‘jullie zeiden dat jullie haast hadden.’ Ze dronken een biertje. Wat wij daar te zoeken hadden? ‘Ik heb zo een lezing,’ zei ik. ‘Waarover?’ vroeg de vrouw. ‘Over een boek,’ zei ik. Aha, op die manier. De vis was prima en we konden min of meer op tijd vertrekken. ‘Succes hoor!’ zei de vrouw aan het aanpalende tafeltje. ‘Dat gaat wel lukken,’ zei ik, ‘ik heb tenslotte al twee wijntjes op.’ In de auto op weg van Wouwse Plantage naar Huijbergen ging de telefoon. Waar ik bleef? ‘We zijn er bijna,’ zei ik. De lezing was gelukkig verplaatst van de bibliotheek (dat zijn vaak ongezellige, tl-verlichte ruimtes) naar een houten gebouwtje achter molen Johanna, dat afgelopen mei geopend was. De man achter de kassa verwelkomde me hartelijk. Hij had een leuk interview met mij gelezen in Autoweek, met die mooie camper op de foto. ‘Goh,’ zei ik, ‘dat vind ik knap, aangezien ik camper noch rijbewijs heb.’

De lezing verliep zeer geanimeerd, zoals dat heet. Ze moesten even loskomen, maar nadat ik mijn afkeer van carnaval geventileerd had, werd het gezellig rumoerig. ‘Jullie moeten Jan van Mersbergen uitnodigen,’ zei ik. ‘Die komt binnenkort met een dik boek over carnaval.’ Maar toen ze hoorden dat hij uit Almkerk kwam, betrokken de gezichten al iets. Lezingen – ik werd in dit geval geïnterviewd door Joop de Krom, gepensioneerd leraar Nederlands – waarbij de bezoekers zich er al dan niet luidkeels mee bemoeien zijn toch altijd de leukste. Er werden heel veel boeken verkocht. De terugreis verliep anderhalf uur sneller dan de heenreis en onderweg slaagde ik erin twee zakken winegums te kopen. Wilfried de Jong presenteerde Het Oog en keiharde regen sloeg tegen de voorruit. Gezellig.