voetbal

Dinsdag. Regen. Morgen ook regen. Elke dag regen. ’s Nachts is het 8 of 9 graden. De (wilde) katten in de buurt gaan in die nachten tekeer, zo nu en dan haalt een vos uit. Ik maak elke ochtend de kachel aan, de vier kuub hout die Herr Arnoldy bracht zijn al bijna geslonken naar twee. Elke dag loop ik over de brug naar Nimshuscheidermühle, elke dag denk ik dat de laatste dag zal zijn. Maar dakdekker Rudi is taai. Hij ligt in een bed in de woonkamer, soms op zijn rug, soms op zijn zij. Hij slaapt met open mond. Zijn gezicht is grauw, gelig, maar zijn ogen gaan af en toe open, zijn hand gaat omhoog. Het is of hij een jongen van twintig is geworden. Op de tv bij zijn voeten is voetbal te zien en te horen. Ik vertelde Christa dat ik – mocht ik er ooit zo bij komen te liggen – eindeloos voetbalwedstrijden zou willen zien waarbij Hugo Walker het commentaar levert. Heracles – NEC, 1-1. En dat dan alles goed zou zijn, goed zou komen vooral. Zo zijn de EK-wedstrijden misschien nu ook voor Rudi; een vertrouwd achtergrondgeluid, samen met alle andere geluiden in huis die gewoon doorgaan: de stemmen van de zonen in de Kneipe, het geluid van pannen in de keuken, het openwippen van een flesje bier, de zachte plof- en handenstrijkgeluiden wanneer Christa de droge handdoeken opvouwt.

Ik vind dat er iets te veel wezens uit het boek dat net uit is doodgaan, hoewel daar tegenover staat dat buurvrouw Weiers onverdroten verder leeft, een kilometer of acht verderop. En weer eens merk ik het egoïstische van de omstanders, ik merk het aan mezelf: ik lig niet op sterven, ik kan struiken planten, de kachel aanmaken om het warm te krijgen, voetbal kijken en luidop commentaar leveren, ondanks mezelf diep de frisse lentelucht inademen als ik terugloop over de brug. Of is dat leven? Geen egoïsme, maar domweg leven? En er dan ook nog over schrijven, hier. Gisteravond – ik ging net weg – kwam de vrouw die Christa helpt Rudi voor de nacht klaar te maken. Ze dook op hem. Rudi deed zijn ogen open, het gezicht van de vrouw was heel dichtbij en hij begon stralend te kijken. Toen werd hij van een 20-jarige ineens nog veel jonger. Dat iemand dat kan, dat iemand die doodgaat, zo belangeloos en argeloos blij kan zijn. Het tekende voor mij maar weer eens wat een enorme lieverd die man is.

Nieuw

Alles wat nieuw is, is niet leuk. Ik wil het liefst altijd alles bij het oude houden. Maar de server van de oude website is niet langer beschikbaar. Als het goed is – met hulp van trouwe webmeester Richard de Waard – komt hier later alsnog het archief van gerbrandsdingetje.nl onder te hangen. Als het niet goed is, niet. Misschien moet ik dat dan zien als een fysieke verhuizing: een ideaal moment om dingen weg te gooien, vers en fris te beginnen. Als afbeelding heb ik nu – dat kan iedereen zien – mijzelf in mijn blote kont gezet. In een Deense zee. Ik hoor het wel als mensen zich daaraan storen. Er is van alles te schrijven, veel te veel, ik heb met Richard vele e-mails gewisseld, dat ik zin had een ei kwijt te raken en hij wees me op het gemak voor zo’n wordpress-weblog. Nu eerst dit maar, eens zien of ik er een afbeelding bij kan plakken. Zonder afbeelding vind ik het maar niks, dan hoeft het van mij niet, dat is iets té nieuw, té anders.