Pimpelmezen en prikkeldraad

De Nims staat op het punt van overstromen. De tuin van Monty Don, in Herefordshire, is al overstroomd, zag ik op Twitter. Smeltsneeuw, en afgelopen nacht regen. Het is natter dan nat, het gazon is één grote modderpoel, mede veroorzaakt door de glij-, ren- en remsporen van Floris. De keukenvloer ziet eruit als een zwijnestal en juist nu ligt er boven in de woonkamer een nagelnieuw tapijt, helemaal door DHL overgebracht uit Zweden. Ik snap nu, bij nader inzien, ineens veel beter mijn moeder die vroeger zo afgaf op de hond. Altijd die vieze poten en niemand van ons die ooit eens een sopdoek in de hand nam. Iets anders dat door de post gebracht werd, was een pakket Kakkerlakjes. Ontfrommelde pimpelmezen heet het betreffende Kakkerlakje. Drie ‘troostende’ vogelverhalen, met illustraties van Noortje Rap. Ik ben meteen gaan versturen (maar nu zijn helaas de postzegels op). Ze worden namelijk geleverd met enveloppen, het zijn boekjes als wenskaarten, normaal gesproken te koop in boekwinkels en Bruna’s enzo. Maar die zijn dicht! Gelukkig kun je ze ook via internet bestellen en wel hier.

De sneeuwklokken zijn witgepunt onder de sneeuw vandaan gekomen. Op de heuvel tegenover het huis liggen nog wat plakken sneeuw, maar dat is een noordflank. De wei achter het huis is in een muizendoolhof veranderd: duizenden holletjes en tussen die holletjes uitgesleten paadjes. Floris verliest elke interesse in de rubberen bal als we daar zijn. Vorig jaar heeft ze namelijk een keer een muis gevangen en nu denkt ze dat ze elke keer als ze daar is een muis kan vangen. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Eergisteren hadden we weer eens een ongelukje. Ze had de rubberen bal van grote hoogte in de woest stromende beek laten vallen, dus die was voorgoed kwijt. Uit frustratie begon ze toen woedend tegen de beek te blaffen, wit water windt haar erg op. Ze rent dan hele stukken met het water mee, springt er soms middenin om het bruisende water te grijpen. Maar tijdens een van die sprintjes knalde ze keihard tegen prikkeldraad op. ’s Avonds lag ze tijdenlang een zere plek te likken en ze weigerde bij me te komen liggen op de bank. Nu is alles weer in orde. Het was gelukkig veel minder erg dan de vorige keer, toen moest ze gehecht en liep ze twee weken met zo’n onhandige plastic kap op haar kop.

Je krijgt weleens commentaar op zo’n hond, dat ze achter van alles aangaan. Ik zeg dan altijd maar: ‘Het zijn prooidieren (reeën, eenden, katten, muizen, eekhorentjes), het is juist goed dat die hond achter ze aangaat, dan blijven ze in conditie.’ Maar ook ik vind het het fijnst en rustigst als ze achter een beekje aan gaat. 

Verheugende waarneming

Afgelopen week zag ik voor de tweede keer een grote zilverreiger opvliegen tijdens het dalrondje. De eerste keer was ergens vorig jaar en toen vlogen er twee op: die witte samen met een blauwe. Dat vond ik spannend. Stel nou dat die twee samen kleintjes krijgen? Hoe gaan die er uitzien? Was dat het begin van een nieuwe reigerondersoort? Dit keer die ene. Ik denk dat hun opmars hier in de Eifel nu ook niet meer te stuiten is. Het dalrondje trouwens is de enige wandeling hier die min of meer vlak is. En dus erg geliefd bij bezoek, die hebben niet altijd zin in al die bergen. Bijna vijf kilometer lang en steeds zie je het pad aan de overkant liggen, zo smal is het dalletje waar de Johannisbach doorheen stroomt.

Goed, een grote zilverreiger, dat is al normaal tegenwoordig. Maar vreemd is dat ik op 27 december en op 12 januari grote groepen kraanvogels zag en hoorde overvliegen. M. kwam gisteren thuis met een foto van enorme pootafdrukken in het verse laagje sneeuw dat op het dalrondjespad gevallen was. Dat is het vreemde. Kraanvogels trekken in het voorjaar noordwaarts en in het najaar zuidwaarts. In de winter horen ze hier niet. Ik heb het geloof ik wel vaker geschreven: als je even vergeten bent in welke tijd je leeft, kun je aan de kraanvogels zien wat voor jaargetijde eraan komt. Op dit moment horen ze in Spanje of Portugal te zijn, een heel enkele misschien in Noord-Afrika. Ze horen zeker niet hier te zijn. Ik geloof niet dat ze erg veel last hebben van vorst of sneeuw, het zijn geharde vogels, maar daar in het zuiden zal in de winter het leven zeker gemakkelijker zijn. In de zomer broeden ze in Polen of Rusland.

Afgelopen zomer zag ik op een weiland in de buurt van Prüm ook een kraanvogel. Helemaal alleen, rustig foeragerend. Toen hoorde dat dier dus in Rusland te zijn, maar hij/zij deed net alsof het de doodnormaalste zaak van de wereld was. Betekent dat nu dat de kraanvogel langzaam bezig is van (delen van) de trekroute een standplaats te maken? Dat we ze steeds vaker hier het hele jaar door gaan zien, en dat ze hier misschien wel gaan broeden? Het begint er met deze wintervogel wel op te lijken. Leuk, hoor. Een groepje kraanvogels rondom het vogelvoederstation. Dat is weer eens wat anders dan die ordinaire boomklevers.

Goddank weer een jaar beschermd

Merel, koolmees, pimpelmees, matkop, roodborst, boomklever, vink, goudvink, ringmus, middelste bonte specht. Dat was de opbrengst van een uur vogels tellen afgelopen zaterdag. De dag erop zag ik de inwonende winterkoning, elders in de tuin. Een winterkoning komt nooit op het vogelvoederstation. Waarom niet? Geen idee. Misschien is hij bang van de andere vogels die allemaal een stuk groter zijn. Misschien omdat hij die extra voeding niet nodig heeft. De Vlaamse gaaien die altijd op de loer staan telde ik niet mee. Dat heb ik van mijn vader. Vlaamse gaaien zijn gemene vogels. Net als eksters. En ik mag helemaal niet ‘Vlaamse gaai’ meer schrijven. Het is tegenwoordig ‘gaai’. Roodborst. Winterkoning. De verkleinuitgangen zijn ook geschrapt. Onlangs tweette ik nogal bozig naar Monty Don. Hij had het over een zeldzame matkop, alleen in Engeland voorkomend. Welnee, zei ik, afgaande op de foto. Dat is een ordinaire matkop. Net zoals ‘jullie’ (ja, dan kunnen die Britten het ook krijgen) de alpenkraai ‘Cornish Chough’ noemen. De arrogantie! De splendid isolation die er nog altijd volledig zonder reden doorheen schemert! Ik kreeg geen antwoord.

Verder maakte ik me nogal zorgen. Vanwege corona kwamen de Sternesinger niet aan de deur. Dat zijn als driekoningen verklede kindertjes die een liedje zingen en als ze klaar zijn met zingen houden ze een collectebus op. Daar moet je geld in stoppen, meestal voor kindertjes in Afrika. Maar ze doen nog iets. Ze vernieuwen de christelijke bescherming van je huis. Nu nog staat er op de deurpost 20*C+M+B+20. Dat klopt niet meer natuurlijk, dat is oude bescherming. Een oude zegening. Ooit heb ik hier verklaard dat C en B en M de initialen zijn van die drie koningen. Dat was gelogen. Het komt mooi uit, maar het betekent toch echt Christus Mansionem Benedicat. Christus zegene dit huis. Gisteren stopte er een auto bij de poort. Doris uit Feuerscheid stapte uit. Zij is de vrouw die elk jaar met die drie kindertjes aan de deur komt. Nu had ze wat papieren in haar hand. Een sticker met 20*C+M+B+21! En een acceptgiro. Voor kindertjes in Oekraïne, die nog altijd lijden onder het gewapende conflict in 2014. Ik zal zo de nieuwe sticker over de oude plakken en daarna fluks geld overmaken, want ik heb toch vaag het gevoel dat die zegening niet werkt als er niet gedokt is.

Vandaag regent het, met zo nu een dan een vlok natte sneeuw. Alles is schlammig, zo her en der in de tuin nog een rest sneeuw. Floris maakt met haar apporteerpoten alweer gaten in het grasveld. Gisteren liepen we tien kilometer in een nog maagdelijk sneeuwlandschap. 14.000 stappen. De komende dagen gaat het weer vriezen, ook overdag. De inhoud van het houthok slinkt snel. Drie verse flessen Auchentoshan en een Duitse serie op Netflix, die apart genoeg Dark heet. 

Weg met die kerst!

De kerstspullen zijn weggeruimd. De kerstster ligt in een la van het rode dressoir, de kerstboom van hazelaartakken is ingeklapt, de lampjes liggen nu onder het vogelvoederstation. Het sparretje dat in de hazelaardriehoek stond, staat tijdelijk in een kale border. Het houten kerstboompje is van de woonkamer verplaatst naar de ijzeren kast in de Hauswirtschaftsraum. Weg met die rommel. In december weer, en dat duurt nog heel erg lang. Ondertussen is het hier nog steeds wit, vandaag valt er motsneeuw, maar op het weiland op de berg is het zo dik dat Floris daar voor poolvos kan spelen. Ik wil zo nog een keer daarheen om een filmpje te maken, en dan maar hopen dat die hond nog eens gekromd hoog op wil springen en met haar snuit vooruit de sneeuw in wil duiken. De Brachyglottis greyii bezwijkt haast onder de last, maar tegelijkertijd beschermt de sneeuw de struik tegen de vorst. Komende nacht wordt het -7. Vanochtend, in de auto onderweg naar Prüm om boodschappen te doen, zag ik hoe zwaar sneeuw is, en begreep ik dat complete sparren omknakken: de van de voorruit afgeschoven sneeuw bleef zelfs bij 80 kilometer per uur gewoon op de motorkap liggen.

De Weihnachtslichtschlauch brandt op een heel aparte tijd, ergens diep in de nacht. Dat is omdat hier tijdens Oud & Nieuw de stroom er zes uur af is geweest. De timer is van slag. Eigenlijk moet de slang van het houthok af, maar als-ie brandt is er genoeg licht om er ’s avonds nog met enig fatsoen brandhout weg te halen. Gelukkig schoven wij in Friesland van het ene in het andere jaar. Daar was de stroom er niet af. Wel was er buitensporig veel vuurwerk, wat ik niet begreep, want je mocht het niet kopen en het mocht niet verkocht worden. Waarschijnlijk hoorden we ook de oerknal die die gierkar vol carbid in Joure maakte, en waardoor al die ruiten van dat hotel sneuvelden.

Morgen ga ik een uur lang naar het vogelvoederstation staren. Het is hier vogeltelweekend, met speciale aandacht voor de Blaumeise, omdat die de afgelopen zomer die vreemde, dodelijke ziekte gehad hebben. Vandaag zag ik al het vrouwtje van de goudvink en de middelste bonte specht. Ik zou graag zien dat die morgen terugkomen want ik wil een zo divers mogelijk lijstje aanleveren. Petersons Vogelgids erbij om de Duitse namen te kunnen noteren. Ik verwen ze vandaag al extra, als lokkertje. Al twee keer gemengd zaad, een verse pot pindakaas en vier mezenbollen.

Twee pyjamabroeken

De citroenplant in de kamer van de therapeut, die sommigen wellicht kennen uit Knecht, alleen, heeft het overleefd. Hij stond er vanochtend tamelijk fris bij. Ooit fors teruggesnoeid, ter revalidatie in een trapgat met veel licht neergezet, en uiteindelijk dus weer teruggekomen op de schoorsteenmantel boven de sierkachel. Voor de allereerste keer zaten we niet aan de hoge tafel met het groene tafellampje en het klokje maar in het zitje. Er was geen opengeslagen map, geen papier, geen pen. We zaten als twee mannen gewoon tegenover elkaar in lage leren stoelen, elk met de benen over elkaar geslagen. Hij is er mee opgehouden, bijna. Nog twee of drie cliënten. En ik. Deze ene keer. Buiten was het intens koud geweest, deze hele winter was het nog niet zo koud. In zijn trappenhuis kwam een koudewolkje uit zijn mond, waarschijnlijk ook uit de mijne. Kat Otis was nergens te zien, want Floris zou meekomen, maar omdat die gisteren bij een ander bezoek zo ontzettend vervelend was geweest, liet ik haar thuis. De terugtocht was nóg kouder, vanwege tegenwind. Lege stad (voor het eerst in mijn leven fietste ik de Nieuwendijk af), dichte winkels, zinkgat bij de Munt, paarse neuzen, roerloos dobberende rondvaartboten.

We laten voor de verandering eens onze terugtocht naar de nog steeds besneeuwde Eifel afhangen van H&M en de post. Ik kocht twee nieuwe pyjamabroeken. Die dragen we niet ’s nachts, maar ’s ochtends, en soms tot ver in de middag. Dat deed ik gisteren en de levertijd bedroeg 2 à 3 dagen. ‘Haha,’ smaalde Trijntje van Tuinmaat Han, ‘veel succes ermee, ik wacht al anderhalve week op een bh!’ Daar dacht ik even over na, en berichtte toen terug: ‘Maar die kocht je niet bij H&M.’ Daar had ze niet van terug. 

Op de afbeelding iets waar ik mee bezig ben. Al jaren, maar de laatste tijd lijkt er wat schot in te komen en gisteren kwam ik boven de 40.000 woorden. Dan heb je eigenlijk al bijna een boek, en elk geval een novelle. Herkent iemand de man op de foto? Waarschijnlijk niet, hij is een piloot die betrokken was bij iets wat om de een of andere reden nauwelijks in ons collectieve geheugen terechtgekomen is, mogelijk vanwege andere heftige gebeurtenissen in dat jaar, waarschijnlijk vanwege andere redenen. 1977.

Eindejaarsveren in mijn eigen reet

Het is erg vreemd als een boek jouw boek niet wordt. Dat had ik nog niet eerder meegemaakt. Boekpresentaties, daar deed ik al jaren niet meer aan. Die vind ik geldverspilling. Een boekpresentatie is niet zoals vroeger iets waar pers op afkomt, het is verworden tot een genoeglijk samenzijn van gelijkgestemden en familie waarbij iedereen het betreffende boek het beste vindt dat ooit is verschenen. Daar heb je niks aan. Hoewel mijn moeder het wel jammer vindt, die wil dan die en die wel weer eens zien en spreken, wat zelden gebeurt want mijn verjaardag vier ik ook al tientallen jaren niet meer. Ik ben een norse oude man aan het worden.

Ik bedoel dat een boek in de winkel komt zonder randverschijnselen. Zonder signeersessies of lezingen of ander gedoe eromheen. Ik heb nog niet één keer voorgelezen uit Knecht, alleen, laat staan uit De 3 bestaat niet. Daardoor heb ik het gevoel dat het mijn boeken niet zijn. Ze zijn niet gaan leven. Je mist dan ook alle gevoel voor hoe het met zo’n boek gaat, in de wereld (Nederland). Natuurlijk, er zijn besprekingen en over die besprekingen had ik niet te klagen. Maar daarna wordt het stil, heel stil. Het komt bijna zo ver dat je een boekwinkel binnenloopt, daar een vaag bekende blote reet ziet en denkt: ‘Verrek ja, ik heb een boek geschreven!’. In de Eifel zwerft een exemplaar al maanden in de keuken en in het nisje in de gang rond en telkens als ik het zie, neem ik me voor het eens te gaan lezen. Bizar.

Daarom is het fijn dat het einde van elk jaar lijstjestijd is. Dan kun je nog enigszins een balans opmaken. Of niet, bijvoorbeeld omdat je boek op alle lijsten ontbreekt. Knecht, alleen wordt in maar liefst zeven media bij de beste boeken van 2020 gerekend. Dagblad van het Noorden/Leeuwarder CourantTrouwDe Groene Amsterdammer, de VPRO-gidsDe Standaard (België! In dat land hebben mijn boeken zelden iets gedaan), HP/De Tijd en TZUM.info, en dat terwijl er in de eerste drie niet eens een recensie van het boek is verschenen. Daarmee lijkt het boek me in elk geval het meest geliefde Privé-Domein van het afgelopen jaar, want in alle lijsten trof ik verder niet of nauwelijks P-D’s aan.

Afgelopen maand kreeg ik te horen dat beide boeken ook in het Duits zullen verschijnen. Even had het erop geleken dat Suhrkamp er klaar mee was. Boeken als Jasper en zijn knecht en – vreemd genoeg – vooral Rotgrond bestaat niet(Echte Bäume weinen nicht) (terwijl ik daarin eens lekker tekeer ging tegen Peter Wohlleben) zijn nauwelijks besproken in Duitsland en vooral van het laatste zijn er niet al te veel verkocht. Duitse lezers hebben moeite met zulke boeken, ik merkte dat al tijdens lezingen met Jasper. De agressie waar ik vanaf de eerste rij ineens mee te maken kreeg. Het verontwaardigde wieso soll ich so etwas lesen?! leeft daar veel sterker dan in Nederland. 

Tot slot: van buurvrouw Lien kreeg ik een alarmerende whatsapp. Dat er een Vlaams echtpaar rondstruinde bij ons op de berg. Ze waren de 1 aan het lopen, blijkbaar na het lezen van De 3 bestaat niet, en Lien had per ongeluk verklapt dat ik ‘daar ergens beneden woonde’. Vervolgens heeft ze een tikje verontrust buurman Klaus ge-appt. Of hij de boel een beetje in de gaten wilde houden. Ik heb het al vaker geschreven, maar ik doe het nog maar eens: in de Eifel gebeurt altijd wat. Volgend jaar vast ook.

3e kerstdag, en maandag

Henk en ik gingen een rondje lopen. Ondanks de sneeuw en de wind, of juist dankzij de sneeuw en wind, gingen we er derde kerstdag op uit. Tamelijk laat, want ik had de hele middag schaatsen willen kijken. Onderweg eerst even door het raam bij Christa als viswijven door Nimshuscheidermühle schreeuwen. Zoon Johannes stond te darten in de voormalige Kneipe. Het weggetje omhoog naar Nimshuscheid was goed te belopen, autobanden hadden de sneeuw nog niet samengeperst. Er klonken geluiden als vuurwerk. Floris rende achter de bal aan. We kwamen op het dalrondje, daar was het luwer, sloeg de sneeuw niet langer in onze gezichten. En daar kreeg Henk bijna een dikke tak op zijn kop. En daar begrepen we wat die vuurwerkgeluiden waren: takken en hele bomen die omgingen door het gewicht van de sneeuw. Aan de overkant van de Johannisbach lagen een stuk of tien sparren tegen de vlakte, deels over de paardenstal heen. De paarden zelf hadden zich uit de voeten gemaakt. We keerden terug, dit was te gevaarlijk. Hoewel ik graag verder was gelopen, ik gedij erg goed bij zulke extreme natuurverschijnselen. Daar wil ik zo lang mogelijk middenin zijn. Voor we de Nimsbrug overstaken eerst nog weer even als viswijven tekeer gegaan bij Christa. Ik vroeg haar waarom ze ons niet gewaarschuwd had. ‘Ach, ja,  zei ze, loom rook uitblazend aan de andere kant van het geopende raam. ‘Scheissschnee.’ Ze wees naar achteren, de voormalige Kneipe in. De stroom was er af. 

De generator in het huisje bij de Nimsbrug brulde. Dat is hét teken, mocht het je ontgaan zijn, dat de stroom er af is. Toen we thuiskwamen, schemerde het al flink. In de keuken brandden vele kaarsen. De kerstboom buiten deed het, die loopt op zonnestroom en de kerstster binnen ook, die loopt op batterijen. De kachel brandde volop, dat is het voordeel van hout. Koken zou echter niet gaan, er is daar geen gas. ‘Maakt niks uit!’ riep ik. ‘We hebben whisky en port en kaasjes en chips!’ Maar ik maakte me wel zorgen, want om 18:10 zou Code Geel beginnen, die documentaire over Jumbo-Visma in de afgelopen Tour en ik vind Primoz Roglic een heel fijne man. Het Keezbord kwam op tafel, zelfs Henk, die kleurenblind is, kon de pionnetjes van elkaar onderscheiden bij het kaarslicht, en vervolgens won hij voor de derde of vierde keer en om 18:05 was er ineens weer stroom.

In de avond maakte ik een foto van de voortuin, die bijgelicht werd door de lampen in de tuinmuur. Ik zette die foto op Instagram. Real snow! Roads closed! Exitement! Schreef ik er bij. Ik praat Engels op Instagram, ooit begonnen, vermoed ik, vanwege eventuele buitenlandse lezers. Die foto heeft al meer dan honderd likes. Dat is voor mijn doen heel veel. Als je goed kijkt, kun je Floris zien. Later, in de nacht, ging de sneeuw over in regen, maar op maandagochtend was de wereld nog steeds besneeuwd, en pikten de vogeltjes hun voer onder een dakje met een wit hoedje. De weg naar Bitburg en de L33 naar Nimshuscheid waren nog steeds afgesloten. De A60 niet, en daarover reden wij richting België en Nederland, de gebruikelijke zak winegums in de aanslag. De wereld werd langzaam groen en in de buurt van Maastricht brak de zon door. Eindhoven, Den Bosch, Utrecht, Amsterdam. Precies op tijd thuis voor de 1000 meter. De zak winegums helemaal leeggevreten.

Kerstcultuurclash

Ik probeerde de medewerkster van de REWE in Bitburg duidelijk te maken dat ik op zoek was naar stoofperen. ‘Harte Birnen,’ zei ik. ‘Birnen die mann kochen kann!’ Ze piepte een tweede medewerkster op. Die kwam erbij. Ik had ook nog ‘Schmorbirnen’ kunnen zeggen, maar dat had ik niet paraat. Nee, hoor, zulke dingen hadden ze niet. ‘Das ist etwas exotisches,’ zei de tweede medewerkster. ‘So etwas kauft mann in Berlin!’ Daarop ontspon zich een gesprek over zulke rare dingen. Twee landen de pal tegen elkaar aan liggen – en Duitsland staat bomvol met fruitbomen – en toch kennen we bepaalde zaken niet in die buurlanden. Ja, haha, apart niet? vonden de beide REWE-medewerksters en ik. Nou ja, dan maar yoghurtijs met opgewarmde ingemaakte zwarte bessen. Ook lekker. Dat was het toetje voor kerstavond. Vanavond.

Voor eerste kerstdag kreeg ik van buurvrouw Lien de opdracht een toetje te maken. Nu kan ik meerdere toetjes maken, maar ik vind dan trifle erg kerstig. Dus ik ga trifle maken. Trifle maak je het best met ouwe cake, droge cake. Zodat de sherry die je daaroverheen schenkt, voor je dat weer bedekt met fruit uit een blikje en een mengsel van vla en slagroom, er lekker in kan trekken. Goed, cake. Nou, vergeet het maar. Allerlei Kuchen, maar allemaal met íets. Stukjes chocolade, met perziksmaak, met caramel, noem maar op. ‘Nein,’ zei ik tegen de medewerkster van de Nah und Gut in Schönecken, waar we na de grote boodschappen in Bitburg langs reden omdat ik verdomme die cake vergeten was, ‘nein, Kuchen ohne etwas! Gelbe Kuchen!’ Nee, helaas. Bestaat niet. Nicole, de dochter van buurman Klaus, heeft het vanochtend heel lief nog geprobeerd voor me te pakken te krijgen bij de Kaufland in Bitburg. Nee, bestaat niet. En de vla die ik heb, is een sóórt vla, natuurlijk niet de vla die je bij de AH kopen kan. Uiteindelijk legde ik de hand op twee kleine tulbandjes, caketulbandjes, maar dan wel met citroensmaak. Het moet maar, ik kan er ook niets aan doen. Ik zal er extra veel sherry overheen gieten. En tegen de tijd dat het toetje op tafel komt, hebben we natuurlijk al de nodige alcoholische versnaperingen genuttigd, niemand die merkt dat het citroencaketulbandjes waren… (behalve als ze dit lezen.)

Die Hard en Happy

Ik kijk al twee middagen naar Die Hard. Eergisteren had dat te maken met de komst van een fotografe uit Keulen, in opdracht van Trouw. Er komt in het magazine Tijdgeest op 2 januari een special. Haar voor de gelegenheid totaal overdreven manier van werken putte me geestelijk zó enorm uit dat zelfs M. zei: ‘Even liggen maar?’ (Kort nadat hij me de fotografe botweg hoorde wegsturen. En zelfs toen ging ze niet echt weg, want haar auto stond op het weitje met het wandelbord en daar stonden mooie bemoste sleedoornstruiken, dus of ik me nog even tussen die struiken wilde opstellen?) Ik ging liggen en keek de eerste Die Hard. Dat zijn geweldige films. En het mooie is: nu ik begonnen ben, mag ik nog twee middagen op de bank voor de delen 3 en 4! Ik ben dol op Bruce Willis en ik ben dol op die films. Tot mijn geluk staan ze allemaal op Netflix. Floris vindt het ook erg fijn, die ligt twee uur lang bovenop me en begint te blaffen tegen elk geluid in de film dat dat blaffen rechtvaardigt. Deel 3 heet Die Hard with a Vengeance. Samuel L. Jackson speelt er ook in mee en Jeremy Irons speelt de broer van Alan Rickman, die in het eerste deel door Bruce Willis wordt gedood. Vandaar het vengeance. Het zijn films die je makkelijk meerdere keren kunt bekijken. 

En toch zagen Floris en ik gisteren nog kans om Happy tegen het lijf te lopen. Werner kwam zijn huisje uit toen we over de weg op weg waren naar huis en hij had zin in een praatje. Nou ja, dat kan. Ik hoorde in zijn huis Happy tekeer gaan en van de weeromstuit begon Floris ook tekeer te gaan. ‘Daar hebben we nu geen last van,’ zei Werner. We liepen om zijn huis heen, de berg op, en ik maakte Floris los van de lijn. Gelukkig zag ik de grote hond aan komen rennen, en kon ik Floris nog net op tijd van de grond rapen. Werner liet zich bovenop zijn hond vallen en wilde gewoon zijn verhaal afmaken, terwijl beide honden elkaar keihard afblaften en Floris zich probeerde los te worstelen. Ik ben maar gewoon weggelopen. Er is ooit afgesproken dat Happy opgesloten zou zijn, en dat Werner de hond uitsluitend aangelijnd uit zou laten. Happy wil namelijk andere honden vermoorden. Nu bleek dus dat Happy blijkbaar in staat is om zelf de deur open te krijgen. Onlangs bleek al dat Werner ook zonder lijn met de hond gaat lopen. Dat is erg vervelend, zo’n moordlustige hond in de buurt. En de onzekerheid of Werner zich wel of niet aan de afspraak houdt. Plus het feit dat ik zelf meemaakte dat de hond zichzelf kan bevrijden. Straks eerst maar eens een andere kant op lopen. Maar ja, je kunt natuurlijk niet altijd maar eerst eens de andere kant op lopen.

Niet boom 91

Eergisteren was het zondag en op zondag maken we meestal met Floris een uitstapje. Vaak is dat een autoritje van niet meer dan vijf kilometer, want als je dan een rondje gaat lopen is het al alsof je op vakantie bent. Nu reden we helemaal naar Gerolstein, want ik wilde graag eens op bezoek bij buurvrouw Weiers. Op het Waldfriedhof. Bij boom 91. Tenminste, dat schreef ik in een boek, geen idee meer in welk boek. Zo had ik dat onthouden. Nou, als mensen het betreffende boek hebben, mogen ze 91 doorstrepen en er – met potlood natuurlijk – 109 van maken. Ik maakte er een foto van, zodat ik het nooit meer zal vergeten. Op de stam zaten twee plaatjes. Eén voor buurvrouw Weiers (1920 – 2017) en één voor een zekere Ladislaus Schäffer (1933 – 2015). ‘Mooie boel!’ zei ik tegen M. ‘Lig je hier met een volstrekte vreemde!’ Ik vermoed, Maria kennende, dat ze het er helemaal niet mee eens geweest zou zijn. De plaatjes zijn pal tegen elkaar aan de stam bevestigd, je zou bijna denken dat Maria en Ladislaus een echtpaar vormden. Nou, Maria zou nooit getrouwd zijn met iemand die Ladislaus heet.

Onderweg zag ik een zilverreiger in een weiland zitten. Dat was de tweede keer dat ik hier een zilverreiger zag, dus ik veerde op. De eerste keer vloog er één op bij de visvijvers, in gezelschap van een ordinaire blauwe reiger. Ik weet niet of jullie het in de gaten hebben, maar in Nederland is een stille revolutie gaande. Al een paar jaar zijn die witte reigers bezig de blauwe te verdringen. Let maar eens op als je in de trein of de auto door laag Nederland rijdt: er zijn dagen dat je meer witte dan blauwe reigers ziet. Ik denk dat die zilverreiger opportunistischer is dan de inheemse blauwe, en dat het daarom niet al te lang meer gaat duren voor we het speciaal gaan vinden als we een blauwe zien. Maar dan moeten ze wel ook in een stad als Amsterdam de macht gaan overnemen. Als je de hoofdstad in bezit hebt, is de revolutie geslaagd. Heeft iemand al eens witte reigers gezien bij een haring- of patatkraam? Ik vind het toch nog steeds een exotisch gezicht, die spierwitte, frêle vogels aan de rand van een prutsloot. Hoe dan ook hoog tijd voor een update van Petersons Vogelgids, want daarin staat: ‘Jaargast. Gedeeltelijke trekvogel. Heeft in Nederland, Zwitserland gebroed.’ Ik weet bijna zeker dat ze al veel verder zijn.