Huilen om Confettiregen [Trouw, 18 juli]

Ik heb de hele tijd een man van 54 jaar in gedachten. Ik kan hem niet vergeten. En daarom heeft deze column – hoewel ik deze zomer ‘losgelaten’ word, en mag schrijven waarover ik schrijven wil – toch nog ‘het literaire leven’ als onderwerp. De man van 54 zag ik op tv, in het programma M. Margriet was die avond niet de talkshowhost maar een lesbische vrouw. Naast haar zat Splinter Chabot, niet de voormalig voorzitter van de JOVD, niet de zoon van de bekende Haagse BN’er Bart Chabot, niet de broer van de debutant Sebastiaan Chabot, maar de homo Splinter Chabot. Confettiregen, het boek van Chabot, was onderwerp van gesprek. Een jongen en een meisje maakten de club van vijf compleet.

Ik kreeg het onlangs in handen. Ik begon te lezen en ontdekte dat het een soort kinderboek is. Het is nogal krukkig geschreven en het is nogal saai. O, ja, de lagere school en dan die ene speciale jongen, en daarna nog driehonderd bladzijden. Maar vooral, en dat dacht ik al voordat ik het boek onder ogen kreeg, dacht ik: ‘Niet zeiken Splinter, ga toch gewoon leven, jongen!’ Dat denk ik wel vaker, over allerlei mensen die allerlei ‘problemen’ hebben en daarover op de televisie praten. Iedereen heeft problemen, wordt niet gezien, wordt niet met respect behandeld. Maar ook: waar bemoei ik me mee? Als die jongen zo’n boek wil schrijven, laat hem het schrijven. Als mensen er op de tv over willen praten, laat ze praten.

Maar we leven, let wel, in het jaar 2020. In 1946 werd de Shakespeareclub opgericht, de voorloper van het COC. Al 74 jaar aandacht en advies en belangenbehartiging voor ‘homoseksuelen’. Duizenden en duizenden boeken, films, toneelstukken, balletten over gelijkgeslachtelijke liefde. Albert Mol, Henk Molenberg, Jos Brink, Benno Premsela, Gordon, Gerard Joling, wacht, ik moet er nu nog even minstens één vrouw tussen frommelen, Gerda Verburg, Kajsa Ollongren. Allemaal wegbereiders, rolmodellen (al dan niet positief), mensen die er open over waren of zijn. En dan komt Splinter nog eens aankakken en schrijft een boek over zijn ‘worsteling’, terwijl zijn ouders en omgeving nergens last van hebben. Zou dat behulpzaam zijn? Lijkt mij niet. Homoseksualiteit als thema van een boek máákt het een thema. En dat is juist wat het niet zou moeten zijn. Iedereen is gelijk, toch? Door er een kwartier over te praten in een talkshow, denken al die hetero’s thuis op de bank dat het iets aparts, iets anders, iets speciaals is. Maar het is niet speciaal, toch? Het is er. Misschien dacht Splinter dat hij iets goeds gedaan had, het leek wel alsof er een taboe werd besproken. Dat hij, Splinter Chabot, de boel opengegooide, dat erover gediscussieerd werd, dat (jonge) mensen zich erin konden herkennen. Maar dat konden ze allang in De dagen van de bluegrassliefde van Edward van de Vendel, om maar eens één boek van de duizenden te noemen.

En daar zat dan die man van 54 bij. Ach, zo herkenbaar, hij moest huilen toen hij het boek uit had. Het herinnerde hem aan zijn ‘eigen wond’ en o ja, hij vond het boek ‘heel goed geschreven’, hij wilde er graag reclame voor maken. Ik wist niet wat ik zag of hoorde. Heeft die vent onder een steen geleefd? Heeft hij nooit L’homme blessé van Patrice Cheréau (1983) [zie afbeelding] gezien, om maar eens één film te noemen? Sowieso zat iedereen daar aan die tafel alsof het wiel werd uitgevonden, maar het zij de rest vergeven want ze waren jong en Margriet was de talkshowhost. Een man van 54 die huilt om Confettiregen. Zo blijft homoseksualiteit wel een ‘probleem’, ja.

3 gedachten over “Huilen om Confettiregen [Trouw, 18 juli]”

  1. Beste heer Bakker,

    U stelt zich terecht de vraag: “waar bemoei ik me mee?”. En terecht beantwoord u die vraag, om vervolgens door te bazelen over futiliteiten. Al 74 jaar is het hard nodig dat er organisaties strijden voor gelijke rechten van LHBTIQ+’ers en nog steeds is het meer dan nodig dat deze organisaties hun werk blijven doen. Dat er al duizenden films, boeken en toneelspelen zijn verschenen, dat er al legio rolmodellen de revue zijn gepasseerd wil niet zeggen dat er niet nog meer nodig zijn, omdat het werk nog steeds niet volledig voltooid is. Er zijn goede en minder goede werken verschenen, waar deze niet tot uw favorieten behoort, maar dat betekend niet dat deze minder relevant is.

    Met hartelijke groet,
    Chris

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: